Veilig

Olie en gas daadkrachtiger dan tankopslag

Hoe kan het dat medewerkers in de tankopslag veiligheidsrisico’s wel willen oplossen en dat ook wel kunnen, maar toch niet doen? Veiligheidskundige Victor Roggeveen bestudeert de verschillende leiderschapsoriëntaties als verklaring voor de verschillen. Tijdens een lunchlezing voor de Milieu- en Veiligheidscommissie van VOTOB, lichtte hij zijn onderzoek toe. Hij bestudeerde verschillende economische sectoren. De tankopslagsector valt op door grote verschillen tussen oudere en jongere werknemers.

“Wat opvalt uit mijn enquête bij de tankopslag is het verschil tussen mensen die langer en mensen die kortere tijd werkzaam zijn in de sector”, vertelt Victor Roggeveen. “De jongeren geven aan dat ze wel degelijk willen en durven in te grijpen bij veiligheidsproblemen, maar dat ze zich niet altijd capabel daartoe voelen. Bij de mensen die langer dan 15 jaar in de sector zitten, zie je het omgekeerde: ze voelen zich wel capabel om in te grijpen, en ze willen het heel graag, maar ze durven het niet.”

Roggeveen tankopslag +-15jaar

Roggeveen interpreteert deze enquêteresultaten als ‘angst om de neus te stoten’. “Medewerkers hebben kennelijk vaak genoeg meegemaakt dat ze iets wilden veranderen in hun bedrijf, maar dat ze tegen een muur aanliepen. Uiteindelijk gaat het hier om geld, om keuzes maken: leggen we het productieproces stil of gaan we door?”

Interessant zijn ook de verschillen met andere sectoren, zoals de olie en gas-industrie. Daar voelen medewerkers zich wel degelijk bekwaam om in te grijpen en kunnen en willen ze dat ook. “Dat heeft ermee te maken dat mensen die op een booreiland werken zélf degenen zijn die het risico lopen wanneer er iets mis gaat”, zegt Roggeveen. “In de tankopslag geldt dat niet: medewerkers voelen zich niet bedreigd.”

Casos

(enquêteresultaten voor contractors in de olie- en gasindustrie)

Inspanningsindicatoren
De centrale onderzoeksvraag van Roggeveen is “welke invloed hebben leiders op het voorkómen van veiligheidscrises?”. “Veiligheid wordt tot nu toe vooral gemeten in uitkomstindicatoren, zoals ‘incident rates’, LTIF [Lost Time Injury Frequency, red.], enzovoorts. Ik ben vooral van de inspanningsindicatoren. In plaats van dat er binnen een organisatie gesteggeld wordt over de gebeurtenissen, over wie het gedaan heeft, moet het pijn doen op de bovenste verdieping. Inspanningsindicatoren kun je wél in de klauwen houden, die zijn er niet afhankelijk van of er een keer een incident is geweest.”

Onder inspanningsindicatoren verstaat Roggeveen het commitment dat er in het bedrijf bestaat. “Welke risico’s kennen we? Weten we wat we eraan moeten doen? Willen en durven we dat ook? En doen we het ten slotte? Deze vragen kun je heel goed toetsen.” Om meer inzicht te verkrijgen combineert Roggeveen deze vragen met verschillende typen van leiderschap. Hij verdeelt leiders onder types die taak-georiënteerd zijn, relatie-georiënteerd en leiders die vooral dominant zijn.

In een situatie met een taak-georiënteerde leider kunnen en durven medewerkers actie te nemen om een veiligheidsrisico te verminderen. Bij een relatie-georiënteerde leider willen en durven medewerkers in te grijpen. Bij een dominante leider ontbreekt het bij medewerkers aan elke motivatie om iets aan de veiligheidssituatie te veranderen.

Voordat hij zich toelegde op wetenschappelijk onderzoek, werkte Roggeveen jarenlang bij het veiligheidsadviesbureau AdviSafe, waarvan hij tevens de oprichter was. “Aan het einde van mijn betaalde carrière werd ik gevraagd om te promoveren aan de Leidse Faculty for Governance and Global Affairs (FGGA). Ik had nooit veel met de wetenschap gehad, maar het trok me wel aan”, zegt Roggeveen. 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
home positie 2

VOTOB lidmaatschap

home positie 3

Safety Maturity Tool

Educatief

Niet met de neus in de boeken, maar met de neus in de praktijk

Op dinsdag 7 juni is VOTOB gestart met het ontwikkelen van een speciale opleiding voor tankopslag-operators. De opleiding wordt in samenwerking met onderwijsontwikkelaar Litop en ROC Aventus gecreëerd. Vanaf 1 oktober kunnen medewerkers van tankopslagbedrijven al aan de slag met de module ‘verdieping tankopslag’. Vanaf 1 januari kunnen de eerste cursisten starten met de volledige opleiding tankopslag.

Volgens VOTOB-directeur Sandra de Bont voorziet haar branche met deze opleidingen in een sterke behoefte: “De bestaande opleidingen voor operators zijn vrij generiek van aard. Bedrijven vinden dat er te weinig praktijkvoorbeelden in deze opleidingen zitten. We gaan de procesoperator B opleiding voorzien van échte voorbeelden. Hoe werkt een overvulbeveiliging op een tank? Hoe werkt een dampverwerkingsinstallatie? We gaan de praktijkvoorbeelden filmen in de bedrijven. We laten straks ook operators met gopro’s over de terminal heen lopen. Dat is het nieuwe leren.”

Een officieel MBO-diploma
Natuurlijk worden medewerkers ook nu al door bedrijven zelf opgeleid. Het nadeel van zo’n opleiding is echter dat het geen officieel diploma oplevert. De Bont: “Daarmee heeft zo’n bedrijfsopleiding een beperkte marktwaarde. Het is bovendien de vraag of de kwaliteit van zo’n opleiding wel altijd goed is.”

Als VOTOB straks zijn eigen tankopslag-opleiding ontwikkeld heeft, kunnen studenten een officieel MBO-diploma krijgen na afronding van een tweejarige opleiding. VOTOB-directeur De Bont: “Wij leggen echt de link tussen het opleidingsmateriaal en wat er echt op het bedrijf gebeurt. Daarnaast kijken we goed naar de manier waarop mensen leren: onze opleiding zal voor een belangrijk deel digitaal ontwikkeld worden en op locatie worden gegeven met een docent ter plekke. Het aardige is ook: leerlingen krijgen door de week steeds herhalingsvragen via hun telefoon om de lesstof echt te laten beklijven. Ze zitten niet meer met de neus in de boeken, maar met de neus in de praktijk.”

Voor de volledige opleiding kunnen mensen zich inschrijven per 1 november. Per 1 september kan men zich via de VOTOB-website aanmelden voor de module verdieping tankopslag.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

Safety Deal komt precies op het juiste moment

“Waanzinnig goed om op veiligheidsgebied de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers te zoeken”, aldus VOMI-bestuurslid Ruud van Doorn. Met een gezamenlijke barbecue werd dinsdag 10 mei het startschot gegeven van de uitvoering van de Safety Deal van brancheorganisaties VOTOB en VOMI.

“Als VOMI zijn we al een paar jaar aan het nadenken over hoe wij we als aannemingsvereniging kunnen onderscheiden op kwaliteit en veiligheid”, zegt Ruud van Doorn (naast VOMI-bestuurslid ook CEO at Bilfinger Industrial Services). “Onze gedachten daarover passen wonderwel bij de Safety Maturity Tool die VOTOB ontwikkeld heeft. Vandaar dat wij er heel blij mee zijn dat we deze audit nu zowel bij de asset owners als bij de aannemers kunnen houden.” De Safety Deal kreeg de titel mee ‘Samen veilig werken in de keten’.

Gelijkwaardigheid is cruciaal
Het is de diepe overtuiging van Van Doorn dat opdrachtgevers en opdrachtnemers van elkaar kunnen leren. “Dat kan alleen als je jezelf écht openstelt voor de ervaring van de ander. Als je van tevoren het uitgangspunt hebt ‘die ander moet zich gewoon aanpassen’, dan levert het niets op.” Het is volgens VOMI belangrijk om op basis van gelijkwaardigheid met elkaar in gesprek te raken over veiligheid. Een ander criterium is dat het onderwerp veiligheid op het juiste niveau in de organisatie wordt geadresseerd. Van Doorn: “Je moet mensen aan tafel hebben met beslissingsbevoegdheid. Alleen dán zit er druk achter.”

Volgens Van Doorn zijn de VOMI-leden – de dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie – van nature zeer gericht op personal safety, terwijl de opdrachtgevers, waaronder ook tankopslagbedrijven, meer de nadruk op process safety leggen. Juist de verschillen in nadruk in het veiligheidsbeleid kan volgens hem over en weer kennis toevoegen. “Incidenten zijn in onze branche vaak persoonlijke ongevallen. Het zullen niet gauw onze mensen zijn die ervoor zorgen dat er een tank ontploft; wat er wél gebeurt, is dat ze door verkeerd handelen in de line of fire terecht komen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen op het gebied van veiligheid veel van elkaar leren.”

VOMI-directeur mark Ammerdorffer sluit zich aan bij deze lijn. “De samenwerking tussen de verschillende branches is tamelijk uniek. We hopen als branche van dienstverlenende bedrijven dat dit de opmaat wordt naar meer Safety Deals, ook met andere branches zoals de VNPI en VNCI.”

Steun van het Ministerie van I&M
Vorig jaar werd de Safety Deal – het gezamenlijke initiatief van brancheverenigingen VOTOB en VOMI om de veiligheid in de opslagketen te verbeteren – bekrachtigd door toenmalig staatssecretaris Wilma Mansveld. De bewindspersoon zegde op 1 juni ondersteuning toe. Bij de feestelijke barbecue van dinsdag 10 mei was ook de Directeur-Generaal van het Ministerie van I&M, Chris Kuijpers aanwezig.

VOMI is de brancheorganisatie voor dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie. VOTOB is de branchevereniging van Nederlandse Tankopslagbedrijven. 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Waardevol

Opdrachtgever verantwoordelijk voor schijnconstructies

In plaats van een jaarlijkse VAR (verklaring arbeidsrelatie), moeten opdrachtgevers vanaf 1 mei met ‘modelovereenkomsten’ gaan werken, wanneer ze zzp’ers inhuren. Dat wil zeggen, in ieder wanneer er twijfels zouden kunnen rijzen over de aard van de arbeidsrelatie. Daarmee wordt de opdrachtgever nu medeverantwoordelijk indien er sprake van een schijnconstructie zou zijn.

Het idee achter de verandering was dat het ouder VAR-systeem, waarbij de zzp’er jaarlijks op basis van de aard van haar werkzaamheden een verklaring vroeg bij de belastingdienst, ruimte liet bestaan voor schijnconstructies en juridische onzekerheid.

Bij het nieuwe systeem van modelovereenkomsten, is niet alleen de zzp’er, maar ook de opdrachtgever aansprakelijk voor het eventueel ontduiken van sociale premies en loonbelasting. Beide partijen ondertekenen een modelovereenkomst en verklaren daarmee dat er geen sprake is van een (verkapt) dienstverband. Wanneer de modelovereenkomsten van de belastingdienst gebruikt worden (je kunt ook vragen aan de belastingdienst om jouw specifieke overeenkomst goed te keuren) dan blijft de overeenkomst 5 jaar geldig. Dat is dan weer een voordeel ten opzichte van de VAR.

De VAR verdwijnt per 1 mei 2016. Dat wil echter niet zeggen dat u vóór 1 mei met alle opdrachtnemers een modelovereenkomst moet hebben afgesloten. De Belastingdienst hanteert een overgangstermijn van een jaar.

Een misverstand over de modelovereenkomst is dat deze verplicht zou zijn: dat is – net als bij de VAR – niet het geval. Bij een huisschilder ligt het bijvoorbeeld niet voor de hand dat er een ‘verkapt dienstverband’ is met de opdrachtgever. Alleen wanneer er twijfel zou kunnen bestaan over de aard van de arbeidsrelatie, is het voor beide partijen handig om een modelovereenkomst af te sluiten.

De Belastingdienst heeft op haar website enkele voorbeelden van modelovereenkomsten geplaatst die gekopieerd kunnen worden: algemene modelovereenkomstenindividuele overeenkomstenmodelovereenkomsten voor branches en beroepsgroepen.

Wanneer u meer wilt weten over de overgang naar de modelovereenkomst, kunt u zich ook aanmelden voor een van de bijeenkomsten die werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland, samen met PZO-ZZP en de Belastingdienst in april organiseren. Aanmelden hiervoor kan via de agenda van VNO-NCW of de agenda van MKB Nederland.

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn