Educatief

VOTOB Academy: novum in opleidingsland

Op 17 november heeft de Vereniging van Nederlandse Tankopslagbedrijven (VOTOB) de VOTOB Academy gelanceerd. De VOTOB Academy omvat zelf ontwikkelde vakopleidingen met een officieel mbo-diploma. “Een unieke combinatie”, aldus VOTOB-directeur Sandra de Bont. “Voor zover ik weet is er geen enkele andere brancheorganisatie die dit gedaan heeft.”

Nog geen half jaar nadat binnen de VOTOB het besluit viel om gezamenlijk een eigen opleiding te creëren, is de VOTOB Academy nu online. De Bont: “Dat is vooral te danken aan de grote betrokkenheid van onze leden, de tankopslagbedrijven zelf. Zij hebben de inhoud van de opleiding aangeleverd. Samen met onderwijsontwikkelaar Litop en met het ROC Aventus is de opleiding verder vormgegeven.”

Nog voor de lancering van de opleiding op 17 november, kwamen er al inschrijvingsverzoeken bij VOTOB binnen: 45 cursisten hebben al interesse getoond in een volledige opleiding; 33 mensen willen een module gaan volgen en 65 mensen losse lessen over tankopslag.

Waarom een eigen opleiding?

Werknemers in de tankopslag blijven gemiddeld lange tijd voor dezelfde werkgever werken. Dat maakt het belang van bijscholing extra groot. Simone van Wilgen (adviseur arbeid en onderwijs, VOTOB): “Dat ze moeten blijven leren, staat als een paal boven water. Maar hoe kun je de lesstof op een zo leuk mogelijke manier aanbieden?” Het resultaat is een online leeromgeving met veel beeld en filmpjes. VOTOB Academy biedt een goede mix tussen praktijk en theorie: in de praktijkopdrachten worden cursisten met een GoPro op hun hoofd op pad gestuurd om opdrachten uit te voeren.

“We hebben ook goedkeuring gekregen voor een keuzedeel tankopslag van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven”, zegt Van Wilgen. “Dat is heel goed nieuws want dat betekent dat de kwaliteitseisen voor verschillende lessen tankopslag nu worden vastgelegd en dat het keuzedeel onderdeel kan worden van diverse mbo-opleidingen. Elk ROC kan het keuzedeel in de toekomst in principe gaan aanbieden.”

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
home positie 2

VOTOB lidmaatschap

home positie 3

Safety Maturity Tool

Veilig

Veiligheidsdag 2017, feest van aha-momenten

Dat goede communicatie en veiligheid op de werkvloer met elkaar samenhangen, klinkt heel aannemelijk. Maar hoe hangen één en ander precies samen? Die vraag is een stuk lastiger te beantwoorden. De jaarlijkse Veiligheidsdag van Veiligheid Voorop, ging dit jaar over communicatie: “In gesprek met de werkvloer”. Maar liefst 200 mensen kwamen op 3 november naar Amersfoort en er werden tal van interessante verhalen gedeeld.

Muisstil was de zaal toen Anton van Beek (President Dow Benelux) de dag opende met een persoonlijke ervaring: de fatality waar hij onlangs mee te maken kreeg. “Er ging van alles door me heen. Vragen, maar vooral ook ongeloof. Het kan toch niet wáár zijn!” Kort daarvoor had het bedrijf nog alle medewerkers een veiligheidstraining laten doorlopen. En tóch ging het mis.

Voor Van Beek toonde het recente incident de grenzen van procedures aan: “Je kunt alles op papier in orde hebben en dan kan er tóch nog zoiets gebeuren. Daarom vind ik het zo goed dat we als Veiligheid Voorop nu naar de menselijke factor kijken.” Co-host Sandra de Bont (directeur VOTOB) sloot zich hier volmondig bij aan: “We hebben teveel op compliance gezeten. Er is ook nog ook de menselijke kant component. Het gedrag. Daar moeten we meer op inzetten.”

Buddymanager of sparring partner
In alle werksessies die volgden ging het dan ook over de menselijke factor. Over hoe je een goede connectie maakt tussen aannemer en opdrachtgever en of het idee van een ‘buddymanager’ daarin een rol kan spelen. “Dat komt een beetje belerend over”, zegt een opdrachtgever; “Nee hoor, het is vanuit de aannemer gezien heel prettig om een buddy te hebben”, antwoordt een aannemer.

De spanning tussen ‘de regels’ en ‘het gesprek’ was een ander terugkerend thema. “Het is moeilijk om het ter discussie te brengen, maar soms zitten er ook keerzijden aan regels.” Sommige deelnemers zien audits dan ook vooral als manier om het gesprek met medewerkers aan te gaan.  Niet blindstaren op de cijfertjes, maar in gesprek gaan over het ‘waarom’ van uitkomst van de audit. En over andere regels: “Een werkvergunning is vaak alleen maar een briefje om aan de slag te mogen. Wanneer gaan we eens in gesprek met de uitvoerder over de inhoud van de vergunning?”

Stilleggen, een heftige beslissing
Het antwoord op deze vraag heeft met tijd te maken. Iedereen heeft haast. Het onderbreken van het werk is vaak een uiterst kostbare aangelegenheid. Het verhaal van Paul Evers (directeur BASF) viel daarom op: na een recent incident waarbij een medewerker pyrofoor (zelfontbrandend metaal) over zich heen kreeg, werd de fabriek maar liefst zes weken stilgelegd.  

Evers: “Uit interne analyse bleek dat we ons vergunningensysteem onvoldoende onder controle hadden en dat de opleidingen van medewerkers niet up-to-date waren. Waardoor we de veiligheid van onze medewerkers onvoldoende konden garanderen. Na een flinke interne discussie hebben we besloten om veiligheid te laten prevaleren. Dat is een heftige beslissing, want er zijn klanten die BASF als alleenleverancier hebben en die je met zo’n beslissing óók dreigt stil te leggen.”

De heftigheid van zo’n beslissing was een ‘aha-moment’ voor veel toehoorders. Veiligheid Voorop wil voorkomen dat iedereen opnieuw hetzelfde ‘aha-moment’ moet beleven. Delen van verhalen is niet alleen boeiend, maar ook noodzakelijk.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Duurzaam

Zonnepanelen op de terminal?

Wie het Waalhavengebied bezoekt, komt bij het bedrijf FrigoCare een reusachtig zonnepark tegen. Op een oppervlakte van 7.500 vierkante meter is het dak van het opslagbedrijf volledig bedekt met meer dan 3000 zonnepanelen. “Op jaarbasis leveren die ongeveer 700.000 kWh op en wordt er circa 280 ton CO2 bespaard”, weet Arnout Hoek van het bedrijf Zon Exploitatie Nederland, dat het project heeft uitgevoerd.

Zon Exploitatie Nederland heeft als motto dat het andere bedrijven faciliteert “te verduurzamen zonder te investeren.” Arnout Hoek: “Wij doen de investering voor een bedrijf als FrigoCare. De energie die we met de zonnepanelen opwekken, verkopen we aan het bedrijf waar de zonnepanelen geplaatst zijn tegen de inkoopprijs van energie. Betaal je nu 4 cent, dan betaal je dat ook aan ons. Waar je op bespaart, zijn je netkosten. Je bent dus aan energiekosten per definitie nooit méér kwijt. Een alternatief is dat het rechtstreeks aan het net geleverd wordt, en via de voordeur weer binnenkomt omdat de pandeigenaar te weinig verbruikt. Dit kan ook naar een andere locatie elders in het land”

Te lange terugverdientijd
Daarnaast geeft Zon Exploitatie Nederland andere bedrijven de mogelijkheid om het energiegebruik te verduurzamen. “Voor de meeste bedrijven is de terugverdientijd te lang om zélf die investering te doen”, weet Hoek. Maar zijn zonnepanelen ook geschikt voor de tankopslag? Je hebt immers te maken met strenge eisen op het gebied van explosieveiligheid. Arnout Hoek: “We zijn onlangs benaderd door een groot tankopslagbedrijf in Moerdijk en Rotterdam. De explosieveiligheid kun je bijvoorbeeld beïnvloeden door de omvormers verder van de zonnepanelen te plaatsen. Daar zijn we nu over in gesprek. Dat is bij ieder project weer project afhankelijk, en daar zijn we gewoonweg erg goed in: het bedenken van concepten en oplossingen”

Harm Zweedijk (manager HSE bij Vesta Terminal) heeft zelf ervaring opgedaan met zonnepanelen. “Toen de SDE-subsidie zijn intrede deed in 2009, hebben we een tweetal installaties aangeschaft. Deze panelen hebben we op het dak van het kantoor geplaatst. Later hebben we nogmaals twee grotere systemen aangeschaft en op het dak van het kantoor en de controlekamers geplaatst. Wij zijn een klasse 3-4 terminal, wat wil zeggen dat wij niet, of weinig, met Atex-zonering te maken hebben. Tot nu toe hebben we nog geen zonnepanelen op tankputdijken geplaatst. Het probleem is volgens mij niet zozeer de explosieveiligheid, maar de zoninstraling in combinatie met beschikbare ruimte. Op een dak krijgt een installatie veel meer zon, dan op een tankputdijk die misschien niet eens op het zuiden staat.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

Ook inspecties bekijken mindware

Bij de BRZO-inspecties in de regio Rijnmond lopen dit jaar twee inspecteurs mee die zich in het bijzonder verdiepen in de veiligheidscultuur van een bedrijf. Tankopslagbedrijf LBC was één van de bedrijven die op deze manier onder de loep werd genomen. Volgens Hans Bachofner, operations manager bij LBC Tank Terminals was het “zeker geen ongemakkelijke ervaring.”

Hans Bachofner die de ‘cultuur-inspectie’ in april van dit jaar meemaakte, kijkt er redelijk positief op terug. “Via interviews en vragenlijsten werd door een inspecteur het cultuurbewustzijn op ons bedrijf gemeten. Daarna volgde een open discussie met een groepje medewerkers van verschillende afdelingen. Ik moet zeggen dat er best wel leuke onderwerpen over tafel zijn gegaan; dingen waar we iets mee konden.” Voor LBC was het een leerproces, hoe de inspectiediensten er in de toekomst mee om zullen gaan, blijft nog een beetje onduidelijk.

Discussie stimuleren en beoordelen
Net zoals de aandacht voor mindware in de Safety Maturity Tool voor de hand ligt, erkennen inspectiediensten ook dat veiligheidscultuur cruciaal is voor het bereiken van een goed veiligheidsniveau in een bedrijf. Er lopen twee parallelle trajecten, vertelt Sjoerd Post van DCMR: “Enerzijds proberen we in de regio Rotterdam Rijnmond de discussie over veiligheidscultuur te stimuleren. Het bezoek aan LBC maakte daar onderdeel van uit. Anderzijds willen we veiligheidscultuur een belangrijker plek geven in onze inspectiemethode. Dan gaat het echt om beoordelen.”

DCMR geeft aan dat aandacht voor veiligheidscultuur in de inspecties “een gedifferentieerde toezichtsaanpak mogelijk maakt, afhankelijk van veiligheidscultuur en naleving; vanuit de gedacht dat een goede cultuur loont.” Oftewel: een bedrijf dat goed scoort op het gebied van veiligheidscultuur, software en hardware, zal in de toekomst mogelijk een mindere inspectiedruk gaan ervaren. Op dit moment bevindt de ‘cultuur-inspectie’ zich nog in een testfase.

Nu nog in de testfase
Met een blik op de website van BRZO+ wordt de denkrichting van de inspectie wel duidelijk: op basis van de pilot ontwikkelt BRZO+ een ‘inschattingsinstrument veiligheidscultuur’ waarmee alle inspecteurs de veiligheidscultuur bij bedrijven kunnen beoordelen. Het is de bedoeling dat de ‘cultuur-scores’ vervolgens een onderdeel worden van de zogenaamde risico-gebaseerde inspectie. Sjoerd Post van DCMR vat het als volgt samen: “Het idee is dat we méér inspectie-effort zullen toepassen bij bedrijven die minder goed scoren op veiligheidscultuur.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn