Veilig

Veiligheidsdag 2017: op ruimtemissie

Op donderdag 2 november organiseert Veiligheid Voorop de vijfde Veiligheidsdag bij AkzoNobel in Arnhem. Thema van de Veiligheidsdag is ‘eigenaarschap’. Hoe werk je op veiligheid samen en hoe neem je je persoonlijke verantwoordelijkheid daarin? In twee break-out-sessies ga je samen met andere deelnemers aan de hand van een casus een ruimtemissie voltooien. Daarnaast zal keynote speaker Andre Kuipers vanuit eigen perspectief zijn licht laten schijnen op het thema ‘veiligheid en eigenaarschap’.

Voorlopig programma
12.30: Inloop met lunch
13.30: Opening ‘We gaan op missie’
13.45: Verschillende visie op eigenaarschap (plenair)
14.30: Casus ruimtemissie ‘Eigenaarschap’
16:00: Pauze
16:30: Plenaire terugkoppeling
17.00: Veilig samenwerken in de ruimte, door André Kuipers
18.00: Afsluiting en borrel

Doelgroep: directie-leden, operationeel leidinggevenden, QHSE-managers.

Noteer 2 november alvast in uw agenda!

Begin september ontvangt u de uitnodiging en kunt u zich aanmelden.

Heeft u vragen over de Veiligheidsdag, dan kunt u mailen naar: info@veiligheidvoorop.nu of bellen met Natasja Dijkhuizen, tel. 070 337 87 44.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

De diepte in met contractormanagement

De jaarlijkse Safety Maturity Tool werd dit jaar vergezeld van een ‘verdiepingsmodule’. Bij Vopak Vlaardingen zaten vrijdag 30 juni medewerkers uit alle lagen van de organisatie bij elkaar om te discussiëren over contractormanagement.

Namens de onafhankelijke auditor Royal HaskoningDHV, leidde Irina Anokhina het gesprek. “Dit jaar hebben we voor de vijfde keer de SMT-audit uitgevoerd”, leidde Anokhina de sessie in. De dag tevoren was de integriteit van de hardware van Vopak Vlaardingen beoordeeld, met een Kiwa-auditor erbij. Anokhina: “Ik heb samen met de SHEQ-manager, HR en met de opleidingscoördinator het software-deel gedaan. Het idee van een verdiepingsmodule is om met een groep mensen van verschillende disciplines uit het bedrijf het gesprek aan te gaan over één bepaald onderwerp. Op deze manier kunnen we samen nadenken over mogelijke verbeterpunten.”

De kern van de discussie is welke plek er voor veiligheid is in de samenwerking met aannemers”, vertelt Jan Meijdam (Manager SHEQ, Vopak Vlaardingen). Meijdam: “Het begint er al mee dat er veel veiligheidseisen zijn waar aannemers aan moeten voldoen om de klus te krijgen. Tijdens de uitvoering houdt de opdrachtgever toezicht en geeft aan dat aannemers iedereen mogen aanspreken op het gebied van veiligheid.” In de praktijk blijkt echter dat aannemers hier best moeite mee hebben, zo laten de andere deelnemers aan de verdiepingssessie weten. “Er is bij aannemers een enorme drempel om een opdrachtgever aan te spreken op iets wat niet goed gaat”, aldus Wout van der Pijl (maintenance supervisor technical department). “Binnen Vopak hebben we een aanspreekcultuur en we willen de aannemers ook echt uitnodigen om ons aan te spreken.”

Incidenten beter melden
Gert-Jan Crucq (program manager veilig werken met aannemers, Vopak) geeft een voorbeeld uit de praktijk: “Ik word wel aangesproken als ik onveilig gedrag vertoon, maar melden in het systeem, dat is nog een stap verder. Ik denk wél dat we onze processen op orde hebben, maar de kwalitatief goede uitvoering daarvan kan nog beter. Incidentmeldingen zijn nog niet goed geregeld,” aldus Crucq. “De aannemers maken meldingen in hun eigen systemen, niet in onze systemen. Aannemers zijn verplicht volgens VCA om meldingen bij te houden en dat gebeurt ook. Maar die informatie wordt niet uitgewisseld. Het zou mooi zijn als we de systemen van aannemers en opdrachtgevers kunnen koppelen.”

Naast meldingen – en de daarvoor noodzakelijke open veiligheidscultuur – is ook het opleidingsniveau van de aannemers belangrijk. Jan Meijdam: “We checken de certificaten van alle aannemers. Ook worden de aannemers voorgelicht over de belangrijkste veiligheidsregels. Het begint al bij de contractfase en bij het contracteren van een leverancier worden alle trainingen SHE-requirements en terminalreglementen rondom veiligheid meegenomen. Voor projecten heb je een VGA-plan waar alles in staat. Iedereen die hier op het terrein komt krijgt een poort-instructietraining, specifiek voor lokale Vopak-situaties, gebaseerd op onze ‘Vopak safety regulations’.”

De slagboom gaat niet open
Vopak Vlaardingen neemt het toetsen van de kwalificaties zo serieus dat het bedrijf daarmee zélf soms in de problemen kan komen. Een aannemer wordt uitsluitend op de terminal toegelaten als hij slaagt voor de instructietraining. Jan Meijdam: “En het komt nog regelmatig voor dat contractors of chauffeurs niet slagen. Terecht overigens. Als iemand de poortinstructies niet begrijpt dan vraag ik me af of ze de werkinstructies dan wel kunnen begrijpen.”

In de praktijk gaat het zover dat voor elke medewerker van een aannemer aan de poort gecheckt wordt of hij een basisopleiding veiligheid VCA gehaald heeft. “De einddatum van de opleiding wordt aan de poort ingevoerd, en als die datum niet klopt, krijgt de betreffende persoon geen toegang tot de terminal. Als je op de zwarte lijst bent gezet, na het begaan van een zware overtreding op één van de Vopak terminals, dan wordt dat doorgegeven aan alle Vopak terminals in Nederland.” Crucq: “Ook voor schippers geldt dat. We zijn nu zover dat als we een schipper moeten aanspreken op het niet correct dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, bij de twee keer aanspreken wordt de operatie een uur lang stilgelegd.”

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Duurzaam

Omgevingswet nog zeer mysterieus

Extra leges voor milieuvergunningen; participatie van de omgeving bij vergunningsaanvragen en meer lokale beleidsvrijheid voor gemeenten om milieukwaliteitseisen vast te stellen. Er is nog veel onduidelijk over de nieuwe Omgevingswet, maar wat er wél duidelijk is, is niet per sé gunstig voor bedrijven.

Een jaar nadat de ‘stam’ van de nieuwe Omgevingswet is goedgekeurd door de Eerste kamer en is gepubliceerd, groeien er nu ‘takken en bladeren’ aan (Invoeringswet, de aanvullingswet bodem, geluid, grondeigendom en natuur). Voor bedrijven is het echter zaak dat die metafoor beperkt blijft en dat de bomen niet door blijven groeien: immers de achtergrond van de Omgevingswet is het vereenvoudigen en samenvoegen van regels voor ruimtelijke ontwikkeling. De onderdelen van de Omgevingswet zullen in de komende periode het wetgevingsproces doorlopen, maar of de geplande inwerkingtreding in begin 2019 wordt gehaald, is volgens velen twijfelachtig.

Van risico naar effect
Onder de noemer ‘externe veiligheid’ zullen bedrijven straks te maken krijgen met ‘aandachtsgebieden’ in plaats van de nu gangbare ‘groepsrisico-uitwerking’, zo vertelt Peter Stufkens, consultant bij Tauw en expert op het gebied van de nieuwe Omgevingswet. Naast het ‘plaatsgebonden risico’ wordt in de toekomst ook naar ‘effecten’ gekeken. Door de grotere ruimtelijke consequenties van deze aandachtsgebieden kan dit leiden tot nieuwe knelpunten en het kan betekenen dat een bedrijf voor het onderwerp straks met verschillende gemeenten te maken kan krijgen.

Gemeenten die bovendien een zekere mate van beleidsvrijheid zullen gaan krijgen in het nieuwe stelsel. “Dat zal zeker een issue worden”, denkt Stufkens, hoewel hij het nog wel mogelijk acht dat bedrijven op dit onderdeel inhoudelijk invloed uit kunnen oefenen op overheden en toezichthouders.

Advies- en ingenieursbureau Tauw deelde op donderdag 5 juli haar kennis over de Omgevingswet. Een in het oog springend punt was volgens VOTOB-directeur Sandra de Bont de herinvoering van leges voor milieugerelateerde activiteiten. “Op dit moment hebben bedrijven wel te maken met leges voor bouwvergunningen, maar als daar straks nog kosten voor milieugerelateerde activiteiten bijkomen, komen er heel wat extra facturen naar bedrijven toe.”

Verder is de aandacht voor ‘participatie’ opvallend in de nieuwe wet. Of het nu is bij het opstellen van een Omgevingsplan door de gemeente of bij het aanvragen van een vergunning door het bedrijf, de omgeving zal erbij moeten worden betrokken. Maar ook hier blijft het voor bedrijven duister op welke manier deze participatie zal worden vormgegeven. Pascal Spiekerman (Manager HSEQ, Koole Tanktransport) heeft een suggestie: “Ik vind dat de gemeente, en dan bedoel ik de ambtenaren niet de politiek, de lead moeten nemen in het organiseren van participatie. Alleen op die manier kun je een eerlijke belangenafweging tussen alle stakeholders garanderen en laat je het niet van het toeval afhangen.”

Volgens Peter Stufkens is het idee dat de veranderingen van de Omgevingswet, bedrijven en burgers voorlopig niet raken, onjuist. De invoeringsdatum in 2019 lijkt ver weg en is zelfs nog niet helemaal zeker, maar ondertussen is bijna elke gemeente zich aan het voorbereiden op de komende veranderingen in het fysieke domein. Stufkens: “Het is een defensieve ondernemersstrategie om af te wachten hoe de overheid het veranderingsproces in werking zet en de ontwikkelingsruimte van bedrijven kan en gaat begrenzen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Veiligheidsdag 2017: op ruimtemissie

Op donderdag 2 november organiseert Veiligheid Voorop de vijfde Veiligheidsdag bij AkzoNobel in Arnhem. Thema van de Veiligheidsdag is ‘eigenaarschap’. Hoe werk je op veiligheid samen en hoe neem je je persoonlijke verantwoordelijkheid daarin? In twee break-out-sessies ga je samen met andere deelnemers aan de hand van een casus een ruimtemissie voltooien. Daarnaast zal keynote speaker Andre Kuipers vanuit eigen perspectief zijn licht laten schijnen op het thema ‘veiligheid en eigenaarschap’.

Voorlopig programma
12.30: Inloop met lunch
13.30: Opening ‘We gaan op missie’
13.45: Verschillende visie op eigenaarschap (plenair)
14.30: Casus ruimtemissie ‘Eigenaarschap’
16:00: Pauze
16:30: Plenaire terugkoppeling
17.00: Veilig samenwerken in de ruimte, door André Kuipers
18.00: Afsluiting en borrel

Doelgroep: directie-leden, operationeel leidinggevenden, QHSE-managers.

Noteer 2 november alvast in uw agenda!

Begin september ontvangt u de uitnodiging en kunt u zich aanmelden.

Heeft u vragen over de Veiligheidsdag, dan kunt u mailen naar: info@veiligheidvoorop.nu of bellen met Natasja Dijkhuizen, tel. 070 337 87 44.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

De diepte in met contractormanagement

De jaarlijkse Safety Maturity Tool werd dit jaar vergezeld van een ‘verdiepingsmodule’. Bij Vopak Vlaardingen zaten vrijdag 30 juni medewerkers uit alle lagen van de organisatie bij elkaar om te discussiëren over contractormanagement.

Namens de onafhankelijke auditor Royal HaskoningDHV, leidde Irina Anokhina het gesprek. “Dit jaar hebben we voor de vijfde keer de SMT-audit uitgevoerd”, leidde Anokhina de sessie in. De dag tevoren was de integriteit van de hardware van Vopak Vlaardingen beoordeeld, met een Kiwa-auditor erbij. Anokhina: “Ik heb samen met de SHEQ-manager, HR en met de opleidingscoördinator het software-deel gedaan. Het idee van een verdiepingsmodule is om met een groep mensen van verschillende disciplines uit het bedrijf het gesprek aan te gaan over één bepaald onderwerp. Op deze manier kunnen we samen nadenken over mogelijke verbeterpunten.”

De kern van de discussie is welke plek er voor veiligheid is in de samenwerking met aannemers”, vertelt Jan Meijdam (Manager SHEQ, Vopak Vlaardingen). Meijdam: “Het begint er al mee dat er veel veiligheidseisen zijn waar aannemers aan moeten voldoen om de klus te krijgen. Tijdens de uitvoering houdt de opdrachtgever toezicht en geeft aan dat aannemers iedereen mogen aanspreken op het gebied van veiligheid.” In de praktijk blijkt echter dat aannemers hier best moeite mee hebben, zo laten de andere deelnemers aan de verdiepingssessie weten. “Er is bij aannemers een enorme drempel om een opdrachtgever aan te spreken op iets wat niet goed gaat”, aldus Wout van der Pijl (maintenance supervisor technical department). “Binnen Vopak hebben we een aanspreekcultuur en we willen de aannemers ook echt uitnodigen om ons aan te spreken.”

Incidenten beter melden
Gert-Jan Crucq (program manager veilig werken met aannemers, Vopak) geeft een voorbeeld uit de praktijk: “Ik word wel aangesproken als ik onveilig gedrag vertoon, maar melden in het systeem, dat is nog een stap verder. Ik denk wél dat we onze processen op orde hebben, maar de kwalitatief goede uitvoering daarvan kan nog beter. Incidentmeldingen zijn nog niet goed geregeld,” aldus Crucq. “De aannemers maken meldingen in hun eigen systemen, niet in onze systemen. Aannemers zijn verplicht volgens VCA om meldingen bij te houden en dat gebeurt ook. Maar die informatie wordt niet uitgewisseld. Het zou mooi zijn als we de systemen van aannemers en opdrachtgevers kunnen koppelen.”

Naast meldingen – en de daarvoor noodzakelijke open veiligheidscultuur – is ook het opleidingsniveau van de aannemers belangrijk. Jan Meijdam: “We checken de certificaten van alle aannemers. Ook worden de aannemers voorgelicht over de belangrijkste veiligheidsregels. Het begint al bij de contractfase en bij het contracteren van een leverancier worden alle trainingen SHE-requirements en terminalreglementen rondom veiligheid meegenomen. Voor projecten heb je een VGA-plan waar alles in staat. Iedereen die hier op het terrein komt krijgt een poort-instructietraining, specifiek voor lokale Vopak-situaties, gebaseerd op onze ‘Vopak safety regulations’.”

De slagboom gaat niet open
Vopak Vlaardingen neemt het toetsen van de kwalificaties zo serieus dat het bedrijf daarmee zélf soms in de problemen kan komen. Een aannemer wordt uitsluitend op de terminal toegelaten als hij slaagt voor de instructietraining. Jan Meijdam: “En het komt nog regelmatig voor dat contractors of chauffeurs niet slagen. Terecht overigens. Als iemand de poortinstructies niet begrijpt dan vraag ik me af of ze de werkinstructies dan wel kunnen begrijpen.”

In de praktijk gaat het zover dat voor elke medewerker van een aannemer aan de poort gecheckt wordt of hij een basisopleiding veiligheid VCA gehaald heeft. “De einddatum van de opleiding wordt aan de poort ingevoerd, en als die datum niet klopt, krijgt de betreffende persoon geen toegang tot de terminal. Als je op de zwarte lijst bent gezet, na het begaan van een zware overtreding op één van de Vopak terminals, dan wordt dat doorgegeven aan alle Vopak terminals in Nederland.” Crucq: “Ook voor schippers geldt dat. We zijn nu zover dat als we een schipper moeten aanspreken op het niet correct dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, bij de twee keer aanspreken wordt de operatie een uur lang stilgelegd.”

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Duurzaam

Omgevingswet nog zeer mysterieus

Extra leges voor milieuvergunningen; participatie van de omgeving bij vergunningsaanvragen en meer lokale beleidsvrijheid voor gemeenten om milieukwaliteitseisen vast te stellen. Er is nog veel onduidelijk over de nieuwe Omgevingswet, maar wat er wél duidelijk is, is niet per sé gunstig voor bedrijven.

Een jaar nadat de ‘stam’ van de nieuwe Omgevingswet is goedgekeurd door de Eerste kamer en is gepubliceerd, groeien er nu ‘takken en bladeren’ aan (Invoeringswet, de aanvullingswet bodem, geluid, grondeigendom en natuur). Voor bedrijven is het echter zaak dat die metafoor beperkt blijft en dat de bomen niet door blijven groeien: immers de achtergrond van de Omgevingswet is het vereenvoudigen en samenvoegen van regels voor ruimtelijke ontwikkeling. De onderdelen van de Omgevingswet zullen in de komende periode het wetgevingsproces doorlopen, maar of de geplande inwerkingtreding in begin 2019 wordt gehaald, is volgens velen twijfelachtig.

Van risico naar effect
Onder de noemer ‘externe veiligheid’ zullen bedrijven straks te maken krijgen met ‘aandachtsgebieden’ in plaats van de nu gangbare ‘groepsrisico-uitwerking’, zo vertelt Peter Stufkens, consultant bij Tauw en expert op het gebied van de nieuwe Omgevingswet. Naast het ‘plaatsgebonden risico’ wordt in de toekomst ook naar ‘effecten’ gekeken. Door de grotere ruimtelijke consequenties van deze aandachtsgebieden kan dit leiden tot nieuwe knelpunten en het kan betekenen dat een bedrijf voor het onderwerp straks met verschillende gemeenten te maken kan krijgen.

Gemeenten die bovendien een zekere mate van beleidsvrijheid zullen gaan krijgen in het nieuwe stelsel. “Dat zal zeker een issue worden”, denkt Stufkens, hoewel hij het nog wel mogelijk acht dat bedrijven op dit onderdeel inhoudelijk invloed uit kunnen oefenen op overheden en toezichthouders.

Advies- en ingenieursbureau Tauw deelde op donderdag 5 juli haar kennis over de Omgevingswet. Een in het oog springend punt was volgens VOTOB-directeur Sandra de Bont de herinvoering van leges voor milieugerelateerde activiteiten. “Op dit moment hebben bedrijven wel te maken met leges voor bouwvergunningen, maar als daar straks nog kosten voor milieugerelateerde activiteiten bijkomen, komen er heel wat extra facturen naar bedrijven toe.”

Verder is de aandacht voor ‘participatie’ opvallend in de nieuwe wet. Of het nu is bij het opstellen van een Omgevingsplan door de gemeente of bij het aanvragen van een vergunning door het bedrijf, de omgeving zal erbij moeten worden betrokken. Maar ook hier blijft het voor bedrijven duister op welke manier deze participatie zal worden vormgegeven. Pascal Spiekerman (Manager HSEQ, Koole Tanktransport) heeft een suggestie: “Ik vind dat de gemeente, en dan bedoel ik de ambtenaren niet de politiek, de lead moeten nemen in het organiseren van participatie. Alleen op die manier kun je een eerlijke belangenafweging tussen alle stakeholders garanderen en laat je het niet van het toeval afhangen.”

Volgens Peter Stufkens is het idee dat de veranderingen van de Omgevingswet, bedrijven en burgers voorlopig niet raken, onjuist. De invoeringsdatum in 2019 lijkt ver weg en is zelfs nog niet helemaal zeker, maar ondertussen is bijna elke gemeente zich aan het voorbereiden op de komende veranderingen in het fysieke domein. Stufkens: “Het is een defensieve ondernemersstrategie om af te wachten hoe de overheid het veranderingsproces in werking zet en de ontwikkelingsruimte van bedrijven kan en gaat begrenzen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Veilig

Veiligheidsdag 2017: op ruimtemissie

Op donderdag 2 november organiseert Veiligheid Voorop de vijfde Veiligheidsdag bij AkzoNobel in Arnhem. Thema van de Veiligheidsdag is ‘eigenaarschap’. Hoe werk je op veiligheid samen en hoe neem je je persoonlijke verantwoordelijkheid daarin? In twee break-out-sessies ga je samen met andere deelnemers aan de hand van een casus een ruimtemissie voltooien. Daarnaast zal keynote speaker Andre Kuipers vanuit eigen perspectief zijn licht laten schijnen op het thema ‘veiligheid en eigenaarschap’.

Voorlopig programma
12.30: Inloop met lunch
13.30: Opening ‘We gaan op missie’
13.45: Verschillende visie op eigenaarschap (plenair)
14.30: Casus ruimtemissie ‘Eigenaarschap’
16:00: Pauze
16:30: Plenaire terugkoppeling
17.00: Veilig samenwerken in de ruimte, door André Kuipers
18.00: Afsluiting en borrel

Doelgroep: directie-leden, operationeel leidinggevenden, QHSE-managers.

Noteer 2 november alvast in uw agenda!

Begin september ontvangt u de uitnodiging en kunt u zich aanmelden.

Heeft u vragen over de Veiligheidsdag, dan kunt u mailen naar: info@veiligheidvoorop.nu of bellen met Natasja Dijkhuizen, tel. 070 337 87 44.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Safety Maturity Tool | Veilig

De diepte in met contractormanagement

De jaarlijkse Safety Maturity Tool werd dit jaar vergezeld van een ‘verdiepingsmodule’. Bij Vopak Vlaardingen zaten vrijdag 30 juni medewerkers uit alle lagen van de organisatie bij elkaar om te discussiëren over contractormanagement.

Namens de onafhankelijke auditor Royal HaskoningDHV, leidde Irina Anokhina het gesprek. “Dit jaar hebben we voor de vijfde keer de SMT-audit uitgevoerd”, leidde Anokhina de sessie in. De dag tevoren was de integriteit van de hardware van Vopak Vlaardingen beoordeeld, met een Kiwa-auditor erbij. Anokhina: “Ik heb samen met de SHEQ-manager, HR en met de opleidingscoördinator het software-deel gedaan. Het idee van een verdiepingsmodule is om met een groep mensen van verschillende disciplines uit het bedrijf het gesprek aan te gaan over één bepaald onderwerp. Op deze manier kunnen we samen nadenken over mogelijke verbeterpunten.”

De kern van de discussie is welke plek er voor veiligheid is in de samenwerking met aannemers”, vertelt Jan Meijdam (Manager SHEQ, Vopak Vlaardingen). Meijdam: “Het begint er al mee dat er veel veiligheidseisen zijn waar aannemers aan moeten voldoen om de klus te krijgen. Tijdens de uitvoering houdt de opdrachtgever toezicht en geeft aan dat aannemers iedereen mogen aanspreken op het gebied van veiligheid.” In de praktijk blijkt echter dat aannemers hier best moeite mee hebben, zo laten de andere deelnemers aan de verdiepingssessie weten. “Er is bij aannemers een enorme drempel om een opdrachtgever aan te spreken op iets wat niet goed gaat”, aldus Wout van der Pijl (maintenance supervisor technical department). “Binnen Vopak hebben we een aanspreekcultuur en we willen de aannemers ook echt uitnodigen om ons aan te spreken.”

Incidenten beter melden
Gert-Jan Crucq (program manager veilig werken met aannemers, Vopak) geeft een voorbeeld uit de praktijk: “Ik word wel aangesproken als ik onveilig gedrag vertoon, maar melden in het systeem, dat is nog een stap verder. Ik denk wél dat we onze processen op orde hebben, maar de kwalitatief goede uitvoering daarvan kan nog beter. Incidentmeldingen zijn nog niet goed geregeld,” aldus Crucq. “De aannemers maken meldingen in hun eigen systemen, niet in onze systemen. Aannemers zijn verplicht volgens VCA om meldingen bij te houden en dat gebeurt ook. Maar die informatie wordt niet uitgewisseld. Het zou mooi zijn als we de systemen van aannemers en opdrachtgevers kunnen koppelen.”

Naast meldingen – en de daarvoor noodzakelijke open veiligheidscultuur – is ook het opleidingsniveau van de aannemers belangrijk. Jan Meijdam: “We checken de certificaten van alle aannemers. Ook worden de aannemers voorgelicht over de belangrijkste veiligheidsregels. Het begint al bij de contractfase en bij het contracteren van een leverancier worden alle trainingen SHE-requirements en terminalreglementen rondom veiligheid meegenomen. Voor projecten heb je een VGA-plan waar alles in staat. Iedereen die hier op het terrein komt krijgt een poort-instructietraining, specifiek voor lokale Vopak-situaties, gebaseerd op onze ‘Vopak safety regulations’.”

De slagboom gaat niet open
Vopak Vlaardingen neemt het toetsen van de kwalificaties zo serieus dat het bedrijf daarmee zélf soms in de problemen kan komen. Een aannemer wordt uitsluitend op de terminal toegelaten als hij slaagt voor de instructietraining. Jan Meijdam: “En het komt nog regelmatig voor dat contractors of chauffeurs niet slagen. Terecht overigens. Als iemand de poortinstructies niet begrijpt dan vraag ik me af of ze de werkinstructies dan wel kunnen begrijpen.”

In de praktijk gaat het zover dat voor elke medewerker van een aannemer aan de poort gecheckt wordt of hij een basisopleiding veiligheid VCA gehaald heeft. “De einddatum van de opleiding wordt aan de poort ingevoerd, en als die datum niet klopt, krijgt de betreffende persoon geen toegang tot de terminal. Als je op de zwarte lijst bent gezet, na het begaan van een zware overtreding op één van de Vopak terminals, dan wordt dat doorgegeven aan alle Vopak terminals in Nederland.” Crucq: “Ook voor schippers geldt dat. We zijn nu zover dat als we een schipper moeten aanspreken op het niet correct dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, bij de twee keer aanspreken wordt de operatie een uur lang stilgelegd.”

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Duurzaam

Omgevingswet nog zeer mysterieus

Extra leges voor milieuvergunningen; participatie van de omgeving bij vergunningsaanvragen en meer lokale beleidsvrijheid voor gemeenten om milieukwaliteitseisen vast te stellen. Er is nog veel onduidelijk over de nieuwe Omgevingswet, maar wat er wél duidelijk is, is niet per sé gunstig voor bedrijven.

Een jaar nadat de ‘stam’ van de nieuwe Omgevingswet is goedgekeurd door de Eerste kamer en is gepubliceerd, groeien er nu ‘takken en bladeren’ aan (Invoeringswet, de aanvullingswet bodem, geluid, grondeigendom en natuur). Voor bedrijven is het echter zaak dat die metafoor beperkt blijft en dat de bomen niet door blijven groeien: immers de achtergrond van de Omgevingswet is het vereenvoudigen en samenvoegen van regels voor ruimtelijke ontwikkeling. De onderdelen van de Omgevingswet zullen in de komende periode het wetgevingsproces doorlopen, maar of de geplande inwerkingtreding in begin 2019 wordt gehaald, is volgens velen twijfelachtig.

Van risico naar effect
Onder de noemer ‘externe veiligheid’ zullen bedrijven straks te maken krijgen met ‘aandachtsgebieden’ in plaats van de nu gangbare ‘groepsrisico-uitwerking’, zo vertelt Peter Stufkens, consultant bij Tauw en expert op het gebied van de nieuwe Omgevingswet. Naast het ‘plaatsgebonden risico’ wordt in de toekomst ook naar ‘effecten’ gekeken. Door de grotere ruimtelijke consequenties van deze aandachtsgebieden kan dit leiden tot nieuwe knelpunten en het kan betekenen dat een bedrijf voor het onderwerp straks met verschillende gemeenten te maken kan krijgen.

Gemeenten die bovendien een zekere mate van beleidsvrijheid zullen gaan krijgen in het nieuwe stelsel. “Dat zal zeker een issue worden”, denkt Stufkens, hoewel hij het nog wel mogelijk acht dat bedrijven op dit onderdeel inhoudelijk invloed uit kunnen oefenen op overheden en toezichthouders.

Advies- en ingenieursbureau Tauw deelde op donderdag 5 juli haar kennis over de Omgevingswet. Een in het oog springend punt was volgens VOTOB-directeur Sandra de Bont de herinvoering van leges voor milieugerelateerde activiteiten. “Op dit moment hebben bedrijven wel te maken met leges voor bouwvergunningen, maar als daar straks nog kosten voor milieugerelateerde activiteiten bijkomen, komen er heel wat extra facturen naar bedrijven toe.”

Verder is de aandacht voor ‘participatie’ opvallend in de nieuwe wet. Of het nu is bij het opstellen van een Omgevingsplan door de gemeente of bij het aanvragen van een vergunning door het bedrijf, de omgeving zal erbij moeten worden betrokken. Maar ook hier blijft het voor bedrijven duister op welke manier deze participatie zal worden vormgegeven. Pascal Spiekerman (Manager HSEQ, Koole Tanktransport) heeft een suggestie: “Ik vind dat de gemeente, en dan bedoel ik de ambtenaren niet de politiek, de lead moeten nemen in het organiseren van participatie. Alleen op die manier kun je een eerlijke belangenafweging tussen alle stakeholders garanderen en laat je het niet van het toeval afhangen.”

Volgens Peter Stufkens is het idee dat de veranderingen van de Omgevingswet, bedrijven en burgers voorlopig niet raken, onjuist. De invoeringsdatum in 2019 lijkt ver weg en is zelfs nog niet helemaal zeker, maar ondertussen is bijna elke gemeente zich aan het voorbereiden op de komende veranderingen in het fysieke domein. Stufkens: “Het is een defensieve ondernemersstrategie om af te wachten hoe de overheid het veranderingsproces in werking zet en de ontwikkelingsruimte van bedrijven kan en gaat begrenzen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn