Elk jaar weer laaghangend fruit

In 2012 liet de tankopslagsector een energiebesparing  van  213 TJ  zien ten opzichte van het basisjaar 2008. Mart van Melick van Agentschap NL zet deze resultaten in de juiste context.

De tankopslagsector neemt al enkele jaren deel aan de meerjarenafspraken op het gebied van energie-efficiency. De cijfers laten zien dat het totale energieverbruik in de tankopslag in 2012 (2.349 TJ) ongeveer  op een zelfde niveau ligt als in 2011. Mart van Melick is bij AgentschapNL één van de teamleden die de tankopslagsector langs de meetlat legt.

“Of het heeft opgeleverd wat de sector ervan verwachtte, dat is iets dat de branche eigenlijk zélf moet aangeven”, vindt Van Melick. “Een goed beeld van wat de besparingen hebben opgeleverd, levert ook argumenten aan om ermee door te gaan of ermee te stoppen.”

Jaarlijks stelt het tankopslagteam  een sectorrapportage samen, specifiek voor de tankopslagsector. Andere collega’s bij Agentschap NL houden zich met andere sectoren bezig. De sectorrapportage is een geaggregeerd overzicht van de gegevens die individuele bedrijven jaarlijks aanleveren. Om het succes van de meerjarenafspraken te meten, moet je de sectorrapportage daarom naast de eigen meerjarenplannen van VOTOB leggen.

Prominente plek in de organisatie
Van Melick merkt dat bedrijven hun prestaties op het gebied van energie-efficiency ook gebruiken als invulling van hun MVO-beleid (maatschappelijk verantwoord ondernemen). “Doordat je deelneemt aan de MJA, wordt het onderwerp energie  ook prominenter in de organisatie op de agenda gezet.. Dat vertaalt zich in personele zin: er worden mensen aangenomen die zich bezighouden met energiebesparing. Op die manier wordt het ook in de bedrijfsvoering verankerd. Zo krijg je gestructureerde aandacht voor energiebesparing.”

Dat verankeren van energie-efficiency-beleid was ook precies de opzet van de MJA. Van Melick: “Bedrijven die deelnemen, verplichten zich om binnen drie jaar een volledig energiezorgsysteem in te voeren, als onderdeel van hun milieuzorgsysteem. Daar rekenen we ze ook min of meer op af.” Als taken en verantwoordelijkheden binnen een bedrijf duidelijk zijn benoemd, dan is energiebesparing beter geborgd.”

Agentschap NL kijkt naar de cijfers die de bedrijven jaarlijks aanleveren, en baseert haar oordeel op deze gegevens. “Wij gaan niet ter plekke kijken of die cijfers wel kloppen, maar we bezoeken  wel regelmatig  de bedrijven, om voeling met de sector te houden. Ik wil gewoon weten wat er speelt, juist om facilitering op maat te kunnen leveren.”

Basis is vertrouwen
“De basis van het convenant is wederzijds vertrouwen. We nemen aan dat de cijfers die de bedrijven aanleveren, kloppen, de Meerjarenafspraken werken op dit punt  anders dan wetgeving. De cijfers die de bedrijven aanreiken, moeten kloppen met wat ze werkelijk doen. Soms zie je dat er onredelijke besparingen worden opgevoerd. Dan nemen wij de telefoon even om te kijken wat er aan de hand is. Niet met de insteek ‘ze zijn de kluit aan het belazeren’, maar met de vraag of er misschien ergens een fout ingeslopen is.  Het overall beeld laat toch goed zien wat bedrijven feitelijk aan het doen zijn.”

Met alle deelnemers aan de twee huidige energieconvenanten, MJA3 en MEE wordt zo’n 80% van het industriële energieverbruik bestreken. Het grootste deel van het midden- en kleinbedrijf valt buiten de convenants afspraken en hebben in plaats daarvan met de Wet Milieubeheer te maken. Het concept MJA gaat intussen al meer dan  twintig jaar mee: zijn intussen alle renderende besparingsmaatregelen niet allang genomen? Hoe lang kan zo’n convenant nog blijven werken?

Van Melick: “Soms zegt men wel eens dat al het ‘laaghangend fruit’ al geplukt is, maar kenmerkt van fruitbomen is juist dat er elk jaar weer nieuw fruit aangroeit. Bij stijgende energieprijzen en   en zich aandienende nieuwe  technieken ontstaan  telkens weer nieuwe mogelijkheden voor energiebesparingen biedt. Het is geen statisch geheel, de bedrijven zijn voortdurend in beweging.”

Lessen voor  VOTOB
Agentschap NL kijkt niet alleen naar de tankopslag, maar naar alle industriële sectoren. Is er iets dat de tankopslag van de anderen zou kunnen leren? Mart van Melick: “In het algemeen zou je kunnen zeggen dat VOTOB-leden de keuken wat meer voor elkaar zouden kunnen opengooien. In bijvoorbeeld  de rubber- en kunststofindustrie zie je dat de sector maximaal voordelen haalt uit kennisdeling  en door onderlinge samenwerking  Het heeft iets met de bedrijfscultuur te maken dat dat bij VOTOB lastiger is. Maar in mijn ogen liggen hier nog  aantrekkelijke  kansen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Meer Nieuws
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

Vaker professioneel vlooien

Mensen voelen zich superieur aan andere apen, maar wat veiligheid en leiderschap betreft, kunnen wij heel wat leren van onze ‘familieleden’. De VOTOB Milieu- en Veiligheid-commissie trok daarom naar Dierenpark Amersfoort.

“Wat onze DNA-structuur betreft, zijn wij mensen méér verwant aan de chimpansee dan de chimpansees en de gorilla’s onderling.” Trainer Daniel Seesink (BewustZoo) is van oorsprong gedragsbioloog, maar helpt tegenwoordig bedrijven te kijken naar ‘bio-logisch’ leiderschap. Aan de hand van het gedrag van apen, kunnen wij onze samenwerking op de werkvloer beter begrijpen.

In het kader van Veiligheid Voorop schreef Daniel Seesink een essay over zijn biologische kijk op veiligheid en leiderschap. Wie de mensapen goed bestudeert ziet dat de positie van leidinggevende een hiërarchische positie is, maar wel een positie die de leider voortdurend moet zien te behouden. De leidinggevende is afhankelijk van het draagvlak dat hij of zij (bij de Bonobo’s zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die de alfa-positie innemen) heeft bij de groep.

Maar de leider heeft met verschillende typen mensen in zijn groep te maken. Niet iedereen wordt op eenzelfde manier gemotiveerd. “Aan de hand van functionele MRI-scans kun je vastleggen wat er in de hersenen plaatsvindt”, vertelt Seesink. “Mensen hebben verschillende ‘aan- en uitknoppen’. De kunst van leiderschap is de juiste aan- en uitknop van de ander te kunnen vinden.”

Sommige mensen worden vooral gemotiveerd door beloning. Dit correspondeert met de accumbens in de hersenen, het gebied dat ook in verband wordt gebracht met verliefdheid en verslaving. Andere mensen laten zich vooral sturen door de amygdala, het zogenaamde angstcentrum. Deze mensen worden gemotiveerd door datgene wat hen veiligheid oplevert. Tot slot is er een groep mensen die vooral door sociale interactie gemotiveerd wordt. Dit wordt in de hersenen in de premotorische schors gelokaliseerd.

Daniel Seesink betoogt dat er in biologische zin maar drie redenen zijn die menselijk gedrag sturen: beloning, angst of sociale interactie. Het heeft weinig zin om een sociaal gemotiveerde werknemers met een beloning tot bepaald gedrag proberen aan te zetten. Een succesvolle leider weet bij wie hij op welke ‘knop’ moet drukken.

“Net als bij de apen, draait het bij mensen in een groep letterlijk en figuurlijk om een veilige omgeving”, stelt Seesink. In zo’n veilige omgeving voelen medewerkers zich vrij om elkaar aan te spreken op gedrag. En liefst in het openbaar, “Waarbij je natuurlijk kritiek wel positief moet blijven formuleren.” 

Maar hoe ontdek je de biologische motivatie van je collega’s? Volgens Seesink kan ‘professioneel vlooien’ hierbij een uitkomst bieden. “Ga eens vaker de dialoog aan met mensen, maak eens een praatje met iemand over zijn of haar interesses. Op die manier ontstaat een vertrouwensband.” Het vlooien kan natuurlijk ook met branchegenoten: een volgende VOTOB-ledenvergadering biedt hiervoor zeker gelegenheid.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn