Groeien tot 125 miljoen ton overslag

De Amsterdamse haven wil in 2040 leidend worden op het gebied van biofuel. Gedeputeerde Elisabeth Post wil een goede balans vinden tussen werken, wonen en recreatie. “En Nederland als belangrijkste havenregio ter wereld etaleren.”

Niet alleen in Rotterdam, ook in Amsterdam neemt het havengebied een prominente plaats in de economie in. Miljoenen tonnen goederen worden in de ‘Port of Amsterdam’ overgeslagen, waaronder kolen, benzine en cacao. De haveneconomie heeft van oudsher z’n plek in en rond Amsterdam, maar tegelijk rukt de verstedelijking op. Hoe zorg je dat de verschillende functies rondom het Noordzeekanaal elkaar niet bijten?

In een recent visiedocument voor het gehele Noordzeekanaalgebied (visie NZKG) wordt een tipje van de sluier opgelicht wat betreft de gewenste koers. Gedeputeerde Elisabeth Post: “We wilden in deze visie invulling geven aan een duurzame toekomst. In het plan voor 2040 moet daarom ruimte zijn voor de energietransitie.”

“Natuurlijk zijn de Rotterdamse haven en de Amsterdamse haven niet vergelijkbaar, qua omvang is Rotterdam natuurlijk een andere categorie. Tegelijkertijd zijn wij in Amsterdam de grootste cacaohaven en zijn we het grootst in value added logistics.”

Wonen en werken in de Zaanstreek
“De grote winst van de visie voor het Noordzeekanaalgebied is dat we -juist doordat we er samen met de Provincie, gemeenten, bedrijven en het ministerie aan gewerkt hebben – nu ook met z’n allen het economisch belang van de regio onderschrijven. We willen zoveel mogelijk zekerheden bieden aan bedrijven die zich hier gevestigd hebben: als je hier gevestigd bent, dan willen we dat je er ook in de toekomst kunt blijven zitten, ook als uitbreiding aan de orde is.”

Daarbij tekent Post wel aan dat absolute zekerheid natuurlijk nooit gegeven kan worden. “Op sommige plekken, in de Zaanstreek bijvoorbeeld, zitten de functies wonen en werken wel heel dicht tegen elkaar aan. Dan moet je per geval kijken wat de optimale benutting van de ruimte is.” 

De schrijvers van het visiedocument, onder leiding van de Commissaris van de Koning in de Provincie Noord-Holland Johan Remkes, zien voor de Amsterdamse haven vooral perspectief op het gebied van containers, biofuel en cruises.  Doelstelling is om de overslag te laten stijgen tot 125 miljoen ton op het bestaande areaal. De aanleg van de tweede zeesluis, waar Gedeputeerde Post zich sterk voor maakt, past hierin uitstekend.

Misschien uitbreiding in Houtrakpolder
Duurzame benutting van de aanwezige ruimte is volgens het visiedocument de leidraad. In eerste instantie gaat de provincie er dus vanuit dat er geen nieuw havenareaal ontwikkeld hoeft te worden. Mocht er toch vraag ontstaan naar nieuw havengebied dat is het noordelijk deel van de Houtrakpolder daarvoor gereserveerd (ten westen van de Afrikahaven en Ruigoord).

Elisabeth Post: “Het interessante is dat deze visie onderdeel is geworden van de nationale havenvisie van het kabinet. We zijn ook steeds in contact met de haven van Rotterdam. In Nederland gaat het om de vraag: hoe kun je elkaar versterken. We moeten in zo’n klein land geen energie verspillen aan het beconcurreren van elkaar. Er zijn tal van bedrijven die vestigingen hebben in alle Nederlandse havens. Ons doel is om Nederland als belangrijkste havenregio van de wereld te etaleren.”

Op 23 september 2013 werd door de Provinciale Staten van Noord-Holland de visie Noordzeekanaalgebied 2040 vastgesteld.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Meer Nieuws
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

Vaker professioneel vlooien

Mensen voelen zich superieur aan andere apen, maar wat veiligheid en leiderschap betreft, kunnen wij heel wat leren van onze ‘familieleden’. De VOTOB Milieu- en Veiligheid-commissie trok daarom naar Dierenpark Amersfoort.

“Wat onze DNA-structuur betreft, zijn wij mensen méér verwant aan de chimpansee dan de chimpansees en de gorilla’s onderling.” Trainer Daniel Seesink (BewustZoo) is van oorsprong gedragsbioloog, maar helpt tegenwoordig bedrijven te kijken naar ‘bio-logisch’ leiderschap. Aan de hand van het gedrag van apen, kunnen wij onze samenwerking op de werkvloer beter begrijpen.

In het kader van Veiligheid Voorop schreef Daniel Seesink een essay over zijn biologische kijk op veiligheid en leiderschap. Wie de mensapen goed bestudeert ziet dat de positie van leidinggevende een hiërarchische positie is, maar wel een positie die de leider voortdurend moet zien te behouden. De leidinggevende is afhankelijk van het draagvlak dat hij of zij (bij de Bonobo’s zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die de alfa-positie innemen) heeft bij de groep.

Maar de leider heeft met verschillende typen mensen in zijn groep te maken. Niet iedereen wordt op eenzelfde manier gemotiveerd. “Aan de hand van functionele MRI-scans kun je vastleggen wat er in de hersenen plaatsvindt”, vertelt Seesink. “Mensen hebben verschillende ‘aan- en uitknoppen’. De kunst van leiderschap is de juiste aan- en uitknop van de ander te kunnen vinden.”

Sommige mensen worden vooral gemotiveerd door beloning. Dit correspondeert met de accumbens in de hersenen, het gebied dat ook in verband wordt gebracht met verliefdheid en verslaving. Andere mensen laten zich vooral sturen door de amygdala, het zogenaamde angstcentrum. Deze mensen worden gemotiveerd door datgene wat hen veiligheid oplevert. Tot slot is er een groep mensen die vooral door sociale interactie gemotiveerd wordt. Dit wordt in de hersenen in de premotorische schors gelokaliseerd.

Daniel Seesink betoogt dat er in biologische zin maar drie redenen zijn die menselijk gedrag sturen: beloning, angst of sociale interactie. Het heeft weinig zin om een sociaal gemotiveerde werknemers met een beloning tot bepaald gedrag proberen aan te zetten. Een succesvolle leider weet bij wie hij op welke ‘knop’ moet drukken.

“Net als bij de apen, draait het bij mensen in een groep letterlijk en figuurlijk om een veilige omgeving”, stelt Seesink. In zo’n veilige omgeving voelen medewerkers zich vrij om elkaar aan te spreken op gedrag. En liefst in het openbaar, “Waarbij je natuurlijk kritiek wel positief moet blijven formuleren.” 

Maar hoe ontdek je de biologische motivatie van je collega’s? Volgens Seesink kan ‘professioneel vlooien’ hierbij een uitkomst bieden. “Ga eens vaker de dialoog aan met mensen, maak eens een praatje met iemand over zijn of haar interesses. Op die manier ontstaat een vertrouwensband.” Het vlooien kan natuurlijk ook met branchegenoten: een volgende VOTOB-ledenvergadering biedt hiervoor zeker gelegenheid.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn