‘Vlieglessen’ voor veiligheidsmensen

Kun je het runnen van een BRZO-bedrijf vergelijken met het vliegen van een Apache helikopter? Je hebt in beide gevallen met risico’s te maken. Risico’s die je zoveel mogelijk wilt reduceren. Maar tegelijk wil je wél wat bereiken: in hoeverre bijten deze doelstellingen elkaar?

De jaarlijkse Veiligheidsdag van het samenwerkingsverband Veiligheid Voorop had dit jaar een militair thema. Ruim 170 CEO’s, plantmanagers en HSE-managers waren op 12 november naar Fort Voordorp bij Utrecht gekomen om onder ‘militaire leiding’ de ‘missie betrokken leiderschap’ uit te voeren.

Als betrokken leider van het programma Veiligheid Voorop plaatste Anton van Beek (CEO bij Dow Chemicals) het thema van de dag in breder perspectief. “Veiligheid Voorop betekent in mijn ogen dat we moeten gaan voor nul incidenten. ‘Veiligheid’ moet méér zijn dan een sticker die je op de deur plakt, het moet een sticker op je hart zijn.”

CEO Van Beek ziet zichzelf niet zitten aan de top van de organisatiepiramide, hij verbeeldt zijn bedrijf als een kubus, waarbij de leider zich in het midden bevindt. “Een directieve leider die alleen maar ‘doe dit, doe dat’ zegt, zal nooit succesvol zijn. Alleen wanneer je vanuit passie en overtuiging werkt, krijg je de hele kubus mee.”

Dodelijke vermoeidheid
Niels Potters (voormalig vluchtcommandant bij de Nederlandse Luchtmacht) nam het gehoor mee in enkele ‘operatiën’ die hij als Apache gevechtsvlieger meemaakte in Irak en Afghanistan. “Voor mij betekent ‘veiligheid’ dat ik mijn mensen naderhand weer veilig terugbreng bij hun gezin”, zegt Potters. “Maar het werk van een gevechtsvlieger in oorlogsgebied kán niet zonder risico’s. Je zoekt per definitie de grens op en soms ga je er zelfs overheen.”

Hoe bepaalt Potters dan welk risico aanvaardbaar is? “Veiligheid gaat enerzijds over risico-acceptatie. Dat risico heeft met de aard van de missie te maken: zo moesten wij in Afghanistan bijvoorbeeld een keer mensen uit overstroomd gebied redden. Dát is dan je missie. Dat er tussen hen misschien ook een ‘boefje’ zit, dat risico accepteer je dan om een hoger doel te behalen. Anderzijds heb je ‘risico-tolerantie’: dat zijn alle randvoorwaarden waaraan je voldoet om maximale veiligheid binnen het kader van de missie te garanderen.”

De cijfers laten zien dat er juist op het vlak van de ‘risico-tolerantie’ veel winst te behalen is. Niels Potters: “20%-50% van de slachtoffers in inzetgebied vallen door zogenaamde non-hostile acts, technische gebreken, vermoeidheid, onvoldoende voorbereiding, slechte communicatie enzovoort.”

Steeds minder risico
Terwijl men bij militaire missies over ‘risico-acceptatie’ spreekt, ligt dat bij BRZO-bedrijven erg gevoelig. Niet alleen het bevoegd gezag, maar ook bedrijven zelf willen liefst elk risico uitsluiten. Volgens Theo Olijve (Managing Director Odfjell) is een militaire context niet één-op-één op de chemische industrie over te brengen. “De ambitie moet nul incidenten blijven. Als je zo’n ambitie niet vaststelt, dan kom je er ook nooit. Je moet de risico’s niet accepteren, maar je moet ze natuurlijk wel zo goed mogelijk kennen. Daar steken wij veel energie in. Voor ons bedrijf is het van belang om risico’s zo ver mogelijk te reduceren.”

“De vergelijking met een gevechtsvlieger gaat mank”, vindt Olijve dan ook. “Odfjell opereert in een geheel andere omgeving. Wij hoeven ons bedrijf niet in een oorlogssituatie te runnen. Daarom is het logisch dat er veel hogere eisen gesteld worden.”

“Ik ben het daar niet mee eens”, reageert Niels Potters. “Als het regent en je neemt de auto, dan accepteer je impliciet een groter risico dan wanneer het droog is. Binnen blijven is echt veiliger. Datzelfde geldt voor BRZO-bedrijven: het toestaan van zulke bedrijven in een dichtbevolkte omgeving brengt sowieso risico met zich mee.” Het verschil zit hem er volgens Potters in dat militairen het risico expliciet maken: “Bij een gevechtsmissie wéét je welk risico je loopt. In het bedrijfsleven is de risico-acceptatie vaak impliciet.”

Medewerkers kort maaien
Peter van den Berg (bestuurslid van Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven, VSB) heeft van de dag vooral opgestoken dat ‘betrokken leiderschap’ vereist dat je je kwetsbaar durft op te stellen. “Het is een spanningsveld: je wilt sterk in je schoenen staan en anderen verwachten dat ook van je, maar als je je medewerkers meteen ‘kort maait’ wanneer ze weerwoord bieden, gaat dat ten koste van een veilige bedrijfsvoering. Ik neem me daarom voor om minder snel te oordelen in de toekomst.”

Theo Olijve was al helemaal doordesemd van veiligheid voordat hij naar Fort Voordorp kwam; veel wat hij op de Veiligheidsdag hoorde, was hem al wel bekend. “Maar het is natuurlijk wel belangrijk om er continu aan herinnerd te worden. Daarnaast kun je altijd leren van elkaars ervaringen, daarvoor kom je natuurlijk ook.”

Veiligheid Voorop
Veiligheid is uitermate belangrijk voor bedrijven in de (chemische) industrie. Een bedrijf wil veiligheid goed op orde hebben. Niet alleen voor de eigen medewerkers, maar ook voor omwonenden en voor het milieu. Daarom neemt een bedrijf allerlei veiligheidsmaatregelen en zijn er tal van veiligheidsprocedures.

Werken aan veiligheid is een continu proces van ervaringen opdoen, van leren van elkaar en van verbeteringen doorvoeren. Hoe vervelend ook, het kan gebeuren dat er iets fout gaat. Het is belangrijk om daar binnen de sector goed naar te kijken en ervan te leren.

Om de veiligheidsprestaties van de (petro)chemie naar een nog hoger niveau te brengen is in 2011 het actieplan Veiligheid Voorop opgesteld. Het programma richt zich in eerste instantie op bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, de zogenoemde BRZO-bedrijven.

Veiligheid Voorop is een initiatief van VNO-NCW, de chemische industrie (VNCI), de petroleumindustrie (VNPI), de tankopslagbedrijven (VOTOB) en de handelaren in chemische producten (VHCP). Inmiddels hebben ook andere organisaties zich aangesloten, zoals de brancheorganisaties van onderhoudsorganisaties (VOMI, NVDO en Profion) en van verf- en drukinktbedrijven (VVVF). Veiligheid Voorop wordt ondersteund door NVVK, de beroepsvereniging van veiligheidskundigen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Meer Nieuws
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

Vaker professioneel vlooien

Mensen voelen zich superieur aan andere apen, maar wat veiligheid en leiderschap betreft, kunnen wij heel wat leren van onze ‘familieleden’. De VOTOB Milieu- en Veiligheid-commissie trok daarom naar Dierenpark Amersfoort.

“Wat onze DNA-structuur betreft, zijn wij mensen méér verwant aan de chimpansee dan de chimpansees en de gorilla’s onderling.” Trainer Daniel Seesink (BewustZoo) is van oorsprong gedragsbioloog, maar helpt tegenwoordig bedrijven te kijken naar ‘bio-logisch’ leiderschap. Aan de hand van het gedrag van apen, kunnen wij onze samenwerking op de werkvloer beter begrijpen.

In het kader van Veiligheid Voorop schreef Daniel Seesink een essay over zijn biologische kijk op veiligheid en leiderschap. Wie de mensapen goed bestudeert ziet dat de positie van leidinggevende een hiërarchische positie is, maar wel een positie die de leider voortdurend moet zien te behouden. De leidinggevende is afhankelijk van het draagvlak dat hij of zij (bij de Bonobo’s zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die de alfa-positie innemen) heeft bij de groep.

Maar de leider heeft met verschillende typen mensen in zijn groep te maken. Niet iedereen wordt op eenzelfde manier gemotiveerd. “Aan de hand van functionele MRI-scans kun je vastleggen wat er in de hersenen plaatsvindt”, vertelt Seesink. “Mensen hebben verschillende ‘aan- en uitknoppen’. De kunst van leiderschap is de juiste aan- en uitknop van de ander te kunnen vinden.”

Sommige mensen worden vooral gemotiveerd door beloning. Dit correspondeert met de accumbens in de hersenen, het gebied dat ook in verband wordt gebracht met verliefdheid en verslaving. Andere mensen laten zich vooral sturen door de amygdala, het zogenaamde angstcentrum. Deze mensen worden gemotiveerd door datgene wat hen veiligheid oplevert. Tot slot is er een groep mensen die vooral door sociale interactie gemotiveerd wordt. Dit wordt in de hersenen in de premotorische schors gelokaliseerd.

Daniel Seesink betoogt dat er in biologische zin maar drie redenen zijn die menselijk gedrag sturen: beloning, angst of sociale interactie. Het heeft weinig zin om een sociaal gemotiveerde werknemers met een beloning tot bepaald gedrag proberen aan te zetten. Een succesvolle leider weet bij wie hij op welke ‘knop’ moet drukken.

“Net als bij de apen, draait het bij mensen in een groep letterlijk en figuurlijk om een veilige omgeving”, stelt Seesink. In zo’n veilige omgeving voelen medewerkers zich vrij om elkaar aan te spreken op gedrag. En liefst in het openbaar, “Waarbij je natuurlijk kritiek wel positief moet blijven formuleren.” 

Maar hoe ontdek je de biologische motivatie van je collega’s? Volgens Seesink kan ‘professioneel vlooien’ hierbij een uitkomst bieden. “Ga eens vaker de dialoog aan met mensen, maak eens een praatje met iemand over zijn of haar interesses. Op die manier ontstaat een vertrouwensband.” Het vlooien kan natuurlijk ook met branchegenoten: een volgende VOTOB-ledenvergadering biedt hiervoor zeker gelegenheid.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn