Omgevingswet nog zeer mysterieus

Extra leges voor milieuvergunningen; participatie van de omgeving bij vergunningsaanvragen en meer lokale beleidsvrijheid voor gemeenten om milieukwaliteitseisen vast te stellen. Er is nog veel onduidelijk over de nieuwe Omgevingswet, maar wat er wél duidelijk is, is niet per sé gunstig voor bedrijven.

Een jaar nadat de ‘stam’ van de nieuwe Omgevingswet is goedgekeurd door de Eerste kamer en is gepubliceerd, groeien er nu ‘takken en bladeren’ aan (Invoeringswet, de aanvullingswet bodem, geluid, grondeigendom en natuur). Voor bedrijven is het echter zaak dat die metafoor beperkt blijft en dat de bomen niet door blijven groeien: immers de achtergrond van de Omgevingswet is het vereenvoudigen en samenvoegen van regels voor ruimtelijke ontwikkeling. De onderdelen van de Omgevingswet zullen in de komende periode het wetgevingsproces doorlopen, maar of de geplande inwerkingtreding in begin 2019 wordt gehaald, is volgens velen twijfelachtig.

Van risico naar effect
Onder de noemer ‘externe veiligheid’ zullen bedrijven straks te maken krijgen met ‘aandachtsgebieden’ in plaats van de nu gangbare ‘groepsrisico-uitwerking’, zo vertelt Peter Stufkens, consultant bij Tauw en expert op het gebied van de nieuwe Omgevingswet. Naast het ‘plaatsgebonden risico’ wordt in de toekomst ook naar ‘effecten’ gekeken. Door de grotere ruimtelijke consequenties van deze aandachtsgebieden kan dit leiden tot nieuwe knelpunten en het kan betekenen dat een bedrijf voor het onderwerp straks met verschillende gemeenten te maken kan krijgen.

Gemeenten die bovendien een zekere mate van beleidsvrijheid zullen gaan krijgen in het nieuwe stelsel. “Dat zal zeker een issue worden”, denkt Stufkens, hoewel hij het nog wel mogelijk acht dat bedrijven op dit onderdeel inhoudelijk invloed uit kunnen oefenen op overheden en toezichthouders.

Advies- en ingenieursbureau Tauw deelde op donderdag 5 juli haar kennis over de Omgevingswet. Een in het oog springend punt was volgens VOTOB-directeur Sandra de Bont de herinvoering van leges voor milieugerelateerde activiteiten. “Op dit moment hebben bedrijven wel te maken met leges voor bouwvergunningen, maar als daar straks nog kosten voor milieugerelateerde activiteiten bijkomen, komen er heel wat extra facturen naar bedrijven toe.”

Verder is de aandacht voor ‘participatie’ opvallend in de nieuwe wet. Of het nu is bij het opstellen van een Omgevingsplan door de gemeente of bij het aanvragen van een vergunning door het bedrijf, de omgeving zal erbij moeten worden betrokken. Maar ook hier blijft het voor bedrijven duister op welke manier deze participatie zal worden vormgegeven. Pascal Spiekerman (Manager HSEQ, Koole Tanktransport) heeft een suggestie: “Ik vind dat de gemeente, en dan bedoel ik de ambtenaren niet de politiek, de lead moeten nemen in het organiseren van participatie. Alleen op die manier kun je een eerlijke belangenafweging tussen alle stakeholders garanderen en laat je het niet van het toeval afhangen.”

Volgens Peter Stufkens is het idee dat de veranderingen van de Omgevingswet, bedrijven en burgers voorlopig niet raken, onjuist. De invoeringsdatum in 2019 lijkt ver weg en is zelfs nog niet helemaal zeker, maar ondertussen is bijna elke gemeente zich aan het voorbereiden op de komende veranderingen in het fysieke domein. Stufkens: “Het is een defensieve ondernemersstrategie om af te wachten hoe de overheid het veranderingsproces in werking zet en de ontwikkelingsruimte van bedrijven kan en gaat begrenzen.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Meer Nieuws
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

VOTOB Academy: hoe rooster je medewerkers uit?

VOTOB Academy is een feit, elke week melden nieuwe studenten zich aan voor de opleiding of voor losse onderdelen daarvan. Die kennishonger bij hun medewerkers stelt tankopslagbedrijven voor nieuwe problemen: hoe maak je een passend werkrooster met al die studerende medewerkers? Nel Kranendonk (Rubis Terminals) weet wat het is om in de roosters hiermee rekening te houden.

“Momenteel hebben we twee mensen die de tweejarige opleiding procesoperator Tankopslag B doen en volgende maand begint er nog ééntje. Daarnaast zijn er twee medewerkers die een losse module volgen. Dat klinkt misschien niet veel, maar dat is toch tien procent van het totaal aantal werknemers bij Rubis”, vertelt Kranendonk.

Studeren gaat prima ’s nachts
Voor de studenten die de module volgen, geldt dat ze geen klassikale lessen hoeven te volgen. Daarom is het voor hen mogelijk om de studie in de rustige uurtjes te doen, bijvoorbeeld tijdens de nachtdiensten. Nel Kranendonk vertelt dat de teamleider hen dan helpt bij de leerstof. “Met overhoren bijvoorbeeld, dat gaat prima ’s nachts.” Voor de studenten die de volledige opleiding doen, is het anders: die moeten immers met een docent praktijkopdrachten op de terminal uitvoeren en kunnen dan niet tegelijkertijd aan het werk zijn.

“Ik probeer de shifts vier à vijf maanden vooruit te plannen, zodat de andere medewerkers weten dat ze op het moment van de lessen geen vrij kunnen nemen”, vertelt Kranendonk. Als de lesdag toevallig op een vrije dag valt, dan heeft de student ‘gewoon pech’. Tot nu toe heeft Nel Kranendonk nog geen problemen ondervonden met het uitroosteren van de studenten. “De eersten zijn op 1 maart begonnen, de eerste drie maanden zitten erop en het loopt op rolletjes.”

De jongens springen voor elkaar in
De reacties van de studenten zijn tot nu toe heel positief, alhoewel ze de studiedagen wel lang vinden, weet Kranendonk. “En het kost het bedrijf best een hoop geld om iemand eens in de twee weken een hele dag vrij te maken en het is tenslotte ook in ieders belang dat het kennisniveau van de medewerkers op peil blijft.”

Voor Kranendonk is het uiteindelijk simpel: “Als iemand naar school gaat, dan houd je daar gewoon rekening mee. Het is ook wel de mentaliteit van ons bedrijf dat de jongens voor elkaar inspringen als er één naar school gaat of ziek is. Bij Rubis werken, voelt toch een beetje als een familieband. Ik wil niet te zoetsappig klinken, maar mensen helpen elkaar gewoon.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Educatief

Vaker professioneel vlooien

Mensen voelen zich superieur aan andere apen, maar wat veiligheid en leiderschap betreft, kunnen wij heel wat leren van onze ‘familieleden’. De VOTOB Milieu- en Veiligheid-commissie trok daarom naar Dierenpark Amersfoort.

“Wat onze DNA-structuur betreft, zijn wij mensen méér verwant aan de chimpansee dan de chimpansees en de gorilla’s onderling.” Trainer Daniel Seesink (BewustZoo) is van oorsprong gedragsbioloog, maar helpt tegenwoordig bedrijven te kijken naar ‘bio-logisch’ leiderschap. Aan de hand van het gedrag van apen, kunnen wij onze samenwerking op de werkvloer beter begrijpen.

In het kader van Veiligheid Voorop schreef Daniel Seesink een essay over zijn biologische kijk op veiligheid en leiderschap. Wie de mensapen goed bestudeert ziet dat de positie van leidinggevende een hiërarchische positie is, maar wel een positie die de leider voortdurend moet zien te behouden. De leidinggevende is afhankelijk van het draagvlak dat hij of zij (bij de Bonobo’s zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die de alfa-positie innemen) heeft bij de groep.

Maar de leider heeft met verschillende typen mensen in zijn groep te maken. Niet iedereen wordt op eenzelfde manier gemotiveerd. “Aan de hand van functionele MRI-scans kun je vastleggen wat er in de hersenen plaatsvindt”, vertelt Seesink. “Mensen hebben verschillende ‘aan- en uitknoppen’. De kunst van leiderschap is de juiste aan- en uitknop van de ander te kunnen vinden.”

Sommige mensen worden vooral gemotiveerd door beloning. Dit correspondeert met de accumbens in de hersenen, het gebied dat ook in verband wordt gebracht met verliefdheid en verslaving. Andere mensen laten zich vooral sturen door de amygdala, het zogenaamde angstcentrum. Deze mensen worden gemotiveerd door datgene wat hen veiligheid oplevert. Tot slot is er een groep mensen die vooral door sociale interactie gemotiveerd wordt. Dit wordt in de hersenen in de premotorische schors gelokaliseerd.

Daniel Seesink betoogt dat er in biologische zin maar drie redenen zijn die menselijk gedrag sturen: beloning, angst of sociale interactie. Het heeft weinig zin om een sociaal gemotiveerde werknemers met een beloning tot bepaald gedrag proberen aan te zetten. Een succesvolle leider weet bij wie hij op welke ‘knop’ moet drukken.

“Net als bij de apen, draait het bij mensen in een groep letterlijk en figuurlijk om een veilige omgeving”, stelt Seesink. In zo’n veilige omgeving voelen medewerkers zich vrij om elkaar aan te spreken op gedrag. En liefst in het openbaar, “Waarbij je natuurlijk kritiek wel positief moet blijven formuleren.” 

Maar hoe ontdek je de biologische motivatie van je collega’s? Volgens Seesink kan ‘professioneel vlooien’ hierbij een uitkomst bieden. “Ga eens vaker de dialoog aan met mensen, maak eens een praatje met iemand over zijn of haar interesses. Op die manier ontstaat een vertrouwensband.” Het vlooien kan natuurlijk ook met branchegenoten: een volgende VOTOB-ledenvergadering biedt hiervoor zeker gelegenheid.

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn