VOTOB denkt mee met vernieuwing PGS29

Deze zomer zal een nieuwe versie van PGS29 het licht zien. Vóór die tijd moet de voorzitter van de revisiewerkgroep PGS29, Margit Blok, nog wel een paar meningsverschillen uit de weg ruimen. Bijvoorbeeld over de risicomethodiek en de maatgevende criteria bij incidentbeheersing.

In december 2005 brak er op de Buncefield olieterminal in Groot-Brittannië een grote brand uit met rookwolken die tot in Frankrijk zichtbaar waren. Het kostte de brandweer vijf dagen om de enorme brand te bedwingen. Naderhand werden de oorzaken van de ramp duidelijk: diverse veiligheidsvoorzieningen hadden gefaald, waaronder de hoogteniveaumeters en het bijbehorende alarmeringssysteem. De resultaten van het Britse onderzoek waren in Nederland aanleiding om in 2008 de Richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks (PGS29) aan te passen.

Kort na de aanpassing van de richtlijn PGS29 bleek echter dat er nog altijd onduidelijkheid bestond over de eisen aan bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks. De complexiteit van de richtlijn leidde tot interpretatieverschillen, wat een ongelijk speelveld opleverde. Daarom volgde kort op de herziening van 2008 een nieuwe revisieronde.

Sinds 2008 is de actualisatie en het beheer van de zogenoemde Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) door de rijksoverheid overgedragen aan een zelfstandige beheersorganisatie. Bedrijfsleven en overheden zorgen binnen deze organisatie gezamenlijk voor de inhoud van de publicaties. De publicaties geven aan welke voorschriften en criteria de overheid – op basis van de stand van de techniek – kan toepassen bij vergunningverlening aan bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken.

De revisiewerkgroep PGS29 houdt zich sinds 2013 bezig met de nieuwe revisie van de richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks (PGS29). VOTOB is nauw betrokken bij deze revisie. In elke werkgroep zit een vertegenwoordiger van de VOTOB en VOTOB heeft de voorzitter geleverd voor deze werkgroep, namelijk Margit Blok (directeur HSE bij VTTI).

Het is voor tankopslagbedrijven niet altijd geheel duidelijk aan welke eisen ze moeten voldoen bij de opslag van brandbare vloeistoffen. Ook binnen de werkgroep PGS29 komen interpretatieverschillen aan het licht. ‘’Eén van de moeilijkste discussiepunten bij de herziening van PGS29 is de vraag wat een ‘maatgevend scenario’ is”, vertelt Margit Blok. “Wat geldt als ‘maatgevend’ bij een incident? Op welk type incidenten moeten we precies voorbereid zijn? Vinden we het acceptabel om een tank gecontroleerd te laten uitbranden?”

Een ander punt van discussie is het identificeren van een voor alle partijen acceptabele risicomethodiek. Margit Blok: “Stel je hebt een huis van drie verdiepingen, ben jij als huiseigenaar verplicht om uit voorzorg een brandladder aan de buitenkant van je huis te bevestigen? Of kan je op een andere manier het risico voldoende reduceren, zoals door in elke kamer een rookmelder bevestigen?”

Het concept wordt deze zomer gepubliceerd voor commentaar. “Dan krijgen alle partijen nog de gelegenheid om een reactie te geven”, aldus Margit Blok.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Meer Nieuws
Nieuws

Jaarlijkse Fetsa conferentie

De Fetsa, de Europese belangenbehartiger voor de tankopslag, organiseert elk jaar een conferentie met een beurs.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws

Wat hebben VOTOB en VOTOB Academy in 2017 allemaal ondernomen?

Er is veel gedaan voor en samen met, onze leden. Te veel om allemaal los te benoemen. In ons jaaroverzicht hebben wij daarom de highlights over 2017 opgenomen.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Veilig

Votob schept duidelijkheid in overvulbeveiliging

Er zijn verschillende configuraties die gebruikt worden om een onafhankelijke overvulbeveiliging te realiseren. Samen met I-SZW heeft Votob gewerkt aan een serie afbeeldingen die de juiste en onjuiste maatregelen tegen overvullen in beeld brengen.

“De vraag of een bedrijf een onafhankelijke overvulbeveiliging heeft, is niet simpelweg met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden”, zegt Hennie Holtman (adviseur milieu en veiligheid bij Votob). “Die beveiliging bestaat namelijk uit een samenspel van verschillende technische componenten. Er zijn verschillende configuraties die een juiste manier van overvulbeveiliging vormen.”

Tijdens een workshop bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2016, kwam aan het licht dat er verschil van mening bestond tussen bedrijfsleven en inspectie over wat goede en onafhankelijke overvulbeveiliging precies inhoudt. Hennie Holtman: “Terwijl het bedrijf ervan overtuigd was de boel op orde te hebben, keurde de inspectie de overvulbeveiliging tóch af. Het leek me daarom goed om eens met een aantal mensen uit de tankopslag en een aantal van de inspectiediensten bij elkaar te gaan zitten om de verschillende configuraties door te spreken.”

Dit initiatief van Holtman leidde onlangs tot een visueel overzicht van alle technische methoden die gebruikt kunnen worden als ‘maatregelen tegen overvullen’. “Voordeel van dit overzicht is dat het in één oogopslag duidelijk is wat een goede manier van beveiligen is”, zegt Hennie Holtman. “Zo voorkomen we oeverloze discussies en zelfs rechtszaken. En bedrijven steken geen geld in beveiligingsmethoden die niet de goedkeuring van I-SZW hebben.”

Binnenkort zal het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zélf ook een mail uitsturen aan de betrokken industriepartijen om hen te informeren over de nieuwe visuele handleiding voor overvulbeveiliging. In de zomer van dit jaar zal I-SZW van start gaan met een nieuw toezichtsproject gericht op de maatregelen tegen overvullen van opslagtanks.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn