Meer Nieuws
Waardevol

Politieke aandacht voor tankopslag

De betrokkenheid van politici bij de tankopslagsector wordt steeds groter. Kwamen er vroeger zelden politici op bezoek op een tankterminal; dit jaar hebben VOTOB-bedrijven al bezoek gehad van twee GroenLinks-politici en komt binnenkort PvdA-Tweede Kamerlid Yasemin Çegerek bij opslagbedrijf Rubis op bezoek.

In stijl, op de fiets
Tijdens het recente bezoek van Liesbeth van Tongeren (Tweede Kamerlid GroenLinks) en Jasper Groen (gemeenteraadslid Amsterdam) aan Europe Tank Terminal (ETA, VTTI) en Vopak Terminal Westpoort, vond een interessante gedachtewisseling plaats over veiligheid en duurzaamheid. VOTOB-directeur Sandra de Bont: “De GroenLinks politici deden hun naam eer aan door als een van de weinige bezoekers aan de terminals op de fiets naar ETA te komen, waar ons bezoek begon.” Ter plekke kregen Liesbeth van Tongeren en Jasper Groen een rondleiding over de terminals, nadat ze zich eerst in de vereiste veiligheidskleding hadden gehesen. Volgens De Bont is het bijzonder dat de drie grootste tankopslagbedrijven van Nederland, en wellicht ook van de wereld, dit branchebezoek samen hebben georganiseerd.

Voorbij de momentopname
Tijdens de discussie vroeg Kamerlid Van Tongeren hoe serieus de tankopslagsector de audits neemt. Ten tijde van het Odfjell-incident bleken de ISO-certificeringen en andere audits geen garantie te zijn voor veilig functioneren van het bedrijf, zo zei zij. Sandra de Bont antwoordde dat tankopslagbedrijven nu gemiddeld 60 dagen per jaar ge-audit worden. “Daar bovenop hebben wij nog een eigen zelf-assessment gezet, onze Safety Maturity Tool. Aan de hand van de uitkomsten hiervan zetten we als branche elk jaar een structureel verbetertraject in. Zo zijn we nu met alle VOTOB-bedrijven bezig om het veilig samenwerken in de keten te verbeteren. Bij ons gaat het dus allang niet meer om ‘momentopnamen’.”

 

 

 

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Waardevol

Annie Schreijer bezoekt EU’s grootste benzine-terminal

Als eerste Europarlementariër bracht Annie Schreijer-Pierik (CDA) op 13 mei een werkbezoek aan VOTOB-lidbedrijf Oiltanking Amsterdam. Mevrouw Schreijer was onder de indruk van de omvang van de terminal en van alle moeite die de sector doet om de tankopslag zo veilig mogelijk te maken. 

In haar werk in de Milieucommissie van het Europees Parlement ziet zij talloze dossiers voorbij komen die de tankopslag direct raken: “We spreken over de REACH-richtlijn, over hernieuwbare energie, over afvalstoffen. Onder al die technische dossier speelt echter een hard machtsspel tussen de verschillende landen: hoe houd je de nationale industrie boven water.”

Vaak worden wel heel gemakkelijk extra milieu-eisen aan de industrie gesteld terwijl die investeringen een lange terugverdientijd hebben, reageert Peter Boers (Managing Director Oiltanking Amsterdam). “Hoe zorg je ervoor dat zulke milieu-investeringen geen desinvesteringen worden? Als wij uit Amsterdam zouden verdwijnen, zou dat er per saldo voor zorgen dat de industrie minder schoon en minder veilig wordt. Dat wil je toch niet?”

Twintig procent van de havenomzet
“Wat niet veel mensen weten, is dat Oiltanking Amsterdam de grootste benzine-terminal van Europa is”, vertelt Peter Boers (Managing Director Oiltanking Amsterdam). “Door het Duitse moederbedrijf Marquard & Bahls, een familiebedrijf overigens, is 600 miljoen geïnvesteerd om deze terminal te bouwen. Het moederbedrijf heeft een omzet va €15,2 miljard. Jaarlijks leggen er zo’n 850 zeeschepen bij ons aan. Ons bedrijf is goed voor 20% van de totale omzet van de Amsterdamse haven.”

Europarlementariër Schreijer-Pierik onderstreepte de waarde van deze industrie voor de Nederlandse economie. “De Duitsers vechten in Europa keihard voor hun eigen belangen. Op de een of andere manier spelen wij dat spelletje niet mee, ik snap dat echt niet. We moeten in Europa veel harden voor onze eigen bedrijven vechten!”

Op de foto: Peter Boers (Oiltanking) en Annie Schreijer-Pierik (EP, CDA) 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Waardevol

Opdrachtgever verantwoordelijk voor schijnconstructies

In plaats van een jaarlijkse VAR (verklaring arbeidsrelatie), moeten opdrachtgevers vanaf 1 mei met ‘modelovereenkomsten’ gaan werken, wanneer ze zzp’ers inhuren. Dat wil zeggen, in ieder wanneer er twijfels zouden kunnen rijzen over de aard van de arbeidsrelatie. Daarmee wordt de opdrachtgever nu medeverantwoordelijk indien er sprake van een schijnconstructie zou zijn.

Het idee achter de verandering was dat het ouder VAR-systeem, waarbij de zzp’er jaarlijks op basis van de aard van haar werkzaamheden een verklaring vroeg bij de belastingdienst, ruimte liet bestaan voor schijnconstructies en juridische onzekerheid.

Bij het nieuwe systeem van modelovereenkomsten, is niet alleen de zzp’er, maar ook de opdrachtgever aansprakelijk voor het eventueel ontduiken van sociale premies en loonbelasting. Beide partijen ondertekenen een modelovereenkomst en verklaren daarmee dat er geen sprake is van een (verkapt) dienstverband. Wanneer de modelovereenkomsten van de belastingdienst gebruikt worden (je kunt ook vragen aan de belastingdienst om jouw specifieke overeenkomst goed te keuren) dan blijft de overeenkomst 5 jaar geldig. Dat is dan weer een voordeel ten opzichte van de VAR.

De VAR verdwijnt per 1 mei 2016. Dat wil echter niet zeggen dat u vóór 1 mei met alle opdrachtnemers een modelovereenkomst moet hebben afgesloten. De Belastingdienst hanteert een overgangstermijn van een jaar.

Een misverstand over de modelovereenkomst is dat deze verplicht zou zijn: dat is – net als bij de VAR – niet het geval. Bij een huisschilder ligt het bijvoorbeeld niet voor de hand dat er een ‘verkapt dienstverband’ is met de opdrachtgever. Alleen wanneer er twijfel zou kunnen bestaan over de aard van de arbeidsrelatie, is het voor beide partijen handig om een modelovereenkomst af te sluiten.

De Belastingdienst heeft op haar website enkele voorbeelden van modelovereenkomsten geplaatst die gekopieerd kunnen worden: algemene modelovereenkomstenindividuele overeenkomstenmodelovereenkomsten voor branches en beroepsgroepen.

Wanneer u meer wilt weten over de overgang naar de modelovereenkomst, kunt u zich ook aanmelden voor een van de bijeenkomsten die werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland, samen met PZO-ZZP en de Belastingdienst in april organiseren. Aanmelden hiervoor kan via de agenda van VNO-NCW of de agenda van MKB Nederland.

 

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Waardevol

Ruimte voor tankopslag in Zeeuwse coalitieplannen

Vertegenwoordigers van VOTOB brachten onlangs een bezoek aan de Zeeuwse gedeputeerden Roeland Goos (SGP) en Kees Bierens (VVD). In de beleidsplannen van de nieuwe provinciale coalitie zal onder meer de bereikbaarheid van de havens – vanaf de zee en vanaf het land – aandacht krijgen.

De gedeputeerden Goos en Bierens zijn overtuigd van het belang van de tankopslagsector voor de Zeeuwse economie. Tankopslagbedrijven zoals Vesta in Vlissingen en Oiltanking Terneuzen investeren enorme bedragen in Zeeland, waarmee ze direct en indirect voor werkgelegenheid zorgen. Ondanks de economische tegenwind grepen zij juist deze periode aan om te bouwen aan de toekomst en investeerden zij tientallen miljoenen euro’s.

Tankopslag toonaangevend
Bij het creëren van werkgelegenheid gaat het niet alleen om de mensen die – bijvoorbeeld als procesoperator – op een tankterminal werken, maar ook om alle mensen die bij het opslagproces betrokken zijn als contractors, of die werken in de transportsector: op zeeschepen, binnenvaartschepen, railwagons of vrachtauto’s. Terminals maken uitgebreid gebruik van contractors voor onderhoud en uitbreiding en vormen een belangrijke spin in het logistieke web; jaarlijks doen tal van zeeschepen, lichters, railwagons en vrachtwagens de terminals aan.

Coalitieakkoord
Na de Provinciale verkiezingen is in Zeeland een coalitie gesmeed tussen CDA, VVD, SGP en PvdA. De partijen die het nieuwe dagelijks bestuur van de provincie gaan vormen, hebben aangekondigd op 3 juli met een coalitieakkoord naar buiten te komen, waarin de belangrijkste beleidsaccenten genoemd worden. Een langetermijnvisie voor de industrie, zoals de tankopslag, is van groot belang voor Zeeland.

Voor bedrijven in de tankopslagsector is het van groot belang dat de Provincie Zeeland meer aandacht gaat besteden aan een goede ontsluiting van de havens, zowel van de zeezijde als van de landzijde. Een algemeen punt van zorg is de kwetsbaarheid van het Zeeuwse wegen- en spoornet. Bij gebrek aan goede alternatieven leidt een ongeval op de A58, de Westerscheldetunnel of op het spoor onmiddellijk tot grote vertragingen in de logistieke stromen en in het woon-werk verkeer. Ook de toegang via het water, waarbij vooral voldoende diepgang belangrijk is, is cruciaal omdat er steeds grotere schepen worden ingezet.

Daarnaast is het voor de bedrijven van groot belang dat er geen wildgroei aan verschillende regels op het gebied van milieu en veiligheid ontstaat, maar dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de geldende internationale (Europese) wetgeving op het terrein van milieu en veiligheid.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Waardevol

Minerale oliën snelste groeiers in 2030

Van welk toekomstscenario je ook uitgaat, de op- en overslag van natte bulk blijft een groeimarkt. Dat staat te lezen in het strategiestuk Port Compass, de havenvisie voor 2030 die door het Havenbedrijf Rotterdam samen met de gemeente Rotterdam, diverse Ministeries en Deltalinqs is opgesteld.

Om de economische ontwikkelingen telkens een stap voor te kunnen zijn, moet je je verdiepen in trends en scenario’s. Gaat de olieprijs door het plafond of juist niet? Hoe ontwikkelen de grootste concurrenten van de Rotterdamse haven zich? Wat betekenen veranderingen in mondiale goederenstromen voor de haven?

Het strategiestuk onderzoekt eerst alle trends die raken aan het havenindustrieel complex en schetst vervolgens twee visies: de haven als ‘Global Hub’ en als ‘Europe’s Industrial Cluster’. De belangrijkste trends zijn volgens het Port Compass: de verschuiving van het zwaartepunt van de wereldeconomie, grondstoffenschaarste, internationalisering van de arbeidsmarkt, schaalvergroting van transportmiddelen, integratie van logistieke ketens, slimmere ICT systemen, en een veranderende brandstofmix in Europa.

Naar 750 miljoen ton overslag
Voor de overslag wordt verwacht dat in 2015 de grens van 500 miljoen ton bereikt zal worden. “Dit maakt dat het Havenbedrijf en het havenbedrijfsleven de overtuiging hebben dat de haven zich moet voorbereiden op een overslag van 675 tot 750 miljoen ton in 2030.” Nat massagoed blijft voor de Rotterdamse haven een belangrijke groeimarkt.

“De positionering van Rotterdam in het nat massagoed blijft ongewijzigd sterk: voor ruwe olie blijft de hub-positie onaangetast door het bestaande pijpleidingennetwerk (naar onder andere Antwerpen, Moerdijk en het Ruhrgebied) gecombineerd met de diepgang en opslagcapaciteit in Rotterdam. Minerale olieproducten hebben de grootste groeipotentie.” Dit heeft alles te maken met de toekomstige Shtandart Terminal, die vanaf eind 2016 als hub voor opslag en doorvoer van Oeral ruwe olie en olieproducten zal fungeren.

De verladers (zowel de verschepers als de ontvangers) worden volgens het Port Compass steeds belangrijker. “Grote verladers gaan meer en meer hun stempel drukken op de logistieke keten. Stuwende factoren hierachter zijn efficiëntie en kosten, maar vooral ook betrouwbaarheid en duurzaamheid. Verladers kijken naar de kwaliteit en de kosten van de totale logistieke keten en niet alleen naar het maritieme gedeelte.”

Global Hub, dus opslag
Uit het Port Compass spreken twee belangrijke ambities: Rotterdam wil in 2030 een Global Hub worden voor container-, brandstof- en energiestromen en Rotterdam wil tegelijk Europa’s grootste industriële complex worden. De ‘Global Hub’-doelstelling heeft natuurlijk belangrijke consequenties voor de tankopslag.

Het rapport voorziet dat de groei van intermodaal vervoer ervoor gaat zorgen dat de schaarse ruimte in de Rotterdamse haven beter benut kan gaan worden. “Inland hubs vanwaar de lading naar kleinere intermodale terminals wordt getransporteerd, gaan zich ontwikkelen als een toegangspoort voor de haven.”

Om de ambities waar te kunnen maken, moet de haven echter meer ruimte gaan bieden. Ruimte voor groei in het aantal containers, voor ontwikkelingen in het energiecluster, voor de ontwikkeling van Rotterdam Fuel Hub, voor stadshavens en voor het petrochemisch cluster. En tot slot: “Het tempo van plan- en besluitvorming moet omhoog, bij alle partijen. Versnellen is het credo als het gaat om de realisatie van deze visie.”

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Nieuws | Waardevol

Groeien tot 125 miljoen ton overslag

De Amsterdamse haven wil in 2040 leidend worden op het gebied van biofuel. Gedeputeerde Elisabeth Post wil een goede balans vinden tussen werken, wonen en recreatie. “En Nederland als belangrijkste havenregio ter wereld etaleren.”

Niet alleen in Rotterdam, ook in Amsterdam neemt het havengebied een prominente plaats in de economie in. Miljoenen tonnen goederen worden in de ‘Port of Amsterdam’ overgeslagen, waaronder kolen, benzine en cacao. De haveneconomie heeft van oudsher z’n plek in en rond Amsterdam, maar tegelijk rukt de verstedelijking op. Hoe zorg je dat de verschillende functies rondom het Noordzeekanaal elkaar niet bijten?

In een recent visiedocument voor het gehele Noordzeekanaalgebied (visie NZKG) wordt een tipje van de sluier opgelicht wat betreft de gewenste koers. Gedeputeerde Elisabeth Post: “We wilden in deze visie invulling geven aan een duurzame toekomst. In het plan voor 2040 moet daarom ruimte zijn voor de energietransitie.”

“Natuurlijk zijn de Rotterdamse haven en de Amsterdamse haven niet vergelijkbaar, qua omvang is Rotterdam natuurlijk een andere categorie. Tegelijkertijd zijn wij in Amsterdam de grootste cacaohaven en zijn we het grootst in value added logistics.”

Wonen en werken in de Zaanstreek
“De grote winst van de visie voor het Noordzeekanaalgebied is dat we -juist doordat we er samen met de Provincie, gemeenten, bedrijven en het ministerie aan gewerkt hebben – nu ook met z’n allen het economisch belang van de regio onderschrijven. We willen zoveel mogelijk zekerheden bieden aan bedrijven die zich hier gevestigd hebben: als je hier gevestigd bent, dan willen we dat je er ook in de toekomst kunt blijven zitten, ook als uitbreiding aan de orde is.”

Daarbij tekent Post wel aan dat absolute zekerheid natuurlijk nooit gegeven kan worden. “Op sommige plekken, in de Zaanstreek bijvoorbeeld, zitten de functies wonen en werken wel heel dicht tegen elkaar aan. Dan moet je per geval kijken wat de optimale benutting van de ruimte is.” 

De schrijvers van het visiedocument, onder leiding van de Commissaris van de Koning in de Provincie Noord-Holland Johan Remkes, zien voor de Amsterdamse haven vooral perspectief op het gebied van containers, biofuel en cruises.  Doelstelling is om de overslag te laten stijgen tot 125 miljoen ton op het bestaande areaal. De aanleg van de tweede zeesluis, waar Gedeputeerde Post zich sterk voor maakt, past hierin uitstekend.

Misschien uitbreiding in Houtrakpolder
Duurzame benutting van de aanwezige ruimte is volgens het visiedocument de leidraad. In eerste instantie gaat de provincie er dus vanuit dat er geen nieuw havenareaal ontwikkeld hoeft te worden. Mocht er toch vraag ontstaan naar nieuw havengebied dat is het noordelijk deel van de Houtrakpolder daarvoor gereserveerd (ten westen van de Afrikahaven en Ruigoord).

Elisabeth Post: “Het interessante is dat deze visie onderdeel is geworden van de nationale havenvisie van het kabinet. We zijn ook steeds in contact met de haven van Rotterdam. In Nederland gaat het om de vraag: hoe kun je elkaar versterken. We moeten in zo’n klein land geen energie verspillen aan het beconcurreren van elkaar. Er zijn tal van bedrijven die vestigingen hebben in alle Nederlandse havens. Ons doel is om Nederland als belangrijkste havenregio van de wereld te etaleren.”

Op 23 september 2013 werd door de Provinciale Staten van Noord-Holland de visie Noordzeekanaalgebied 2040 vastgesteld.

FacebookTwitterGoogle+LinkedIn
Downloads
VOTOB algemene voorwaarden (NL)
VOTOB General Conditions (EN)